Research in Child and Adolescent Psychopathology R. Op den Kelder, A. L. Van den Akker,…

Wie jarig is trakteert en daarom zullen we de komende tijd vijftien cadeautjes uitdelen, één voor elk jaar dat we bestaan. Vijf winnaars gingen u voor en nu is er opnieuw veel kans om een mooie prijs te winnen.

Deze studie onderzocht of de uitkomst van een intensieve PTSS behandeling met behulp van dagelijkse metingen al vroegtijdig voorspeld kan worden. De resultaten laten zien dat een grotere afname in dagelijkse PTSS-symptomen gemeten met de 8-item PCL een beter behandelresultaat voorspelt. De PTSS-symptomen van patiënten op de eerste dag van de behandeling hadden geen voorspellend effect. Ook een afname van PTSS-symptomen gedurende de eerste helft van de behandeling bleek de behandelresultaten te kunnen voorspellen.

In deze studie werd de mediërende rol van sociaal functioneren en veerkracht onderzocht in de relatie tussen psychologisch geweld dat in het verleden in een groepscontext is ervaren en huidige psychosociale lijdensdruk en psychopathologische symptomen. De resultaten werpen licht op de onderliggende mechanismen die betrokken zijn bij de relatie tussen psychologisch groepsmisbruik en leed na dit soort traumatische ervaringen. Bevindingen benadrukken de beschermende rol van sociale aanpassing, die kan helpen de veerkracht te bevorderen en te vergroten en psychosociale problemen en psychopathologische symptomen te verminderen bij overlevenden van psychologisch groepsgeweld.

In deze kwalitatieve studie werden de kennis, vaardigheden, uitdagingen en mogelijkheden van professionals in de eerstelijnsgezondheidszorg voor zwangere vrouwen en/of jonge moeders van kinderen geboren na seksueel geweld geëvalueerd. Uit de resultaten bleek dat een toename in bewustzijn, kennis en vaardigheden noodzakelijk is om de eerstelijnszorg voor deze moeders te verbeteren.

Deze systematische review en meta-analyse onderzocht de prevalentie van PTSS bij aan trauma blootgestelde kinderen van kleuterleeftijd. De gepoolde PTSS-prevalentie was 21,5%. De prevalentie was 3 keer hoger na blootstelling aan interpersoonlijke en herhaalde trauma’s, vergeleken met niet-interpersoonlijke of eenmalige trauma’s. Wanneer aan de leeftijd aangepaste diagnostische instrumenten werden gebruikt, werd een hogere prevalentie gevonden.