Terugblik op Lezing 25 september ’19

Op woensdag 25 september jl. vonden er 2 lezingen plaats in het kader van de NtVP-lezingencyclus. Tijdens de eerste lezing vertelde Anneke Sips over de toegevoegde waarde van yoga bij behandeling van trauma. Marie-José van Hoof ging tijdens haar presentatie o.a. in op de vragen “Wat is de unieke relatie van gehechtheid en die van psychopathologie met het brein van jongeren?” en “Hoe hebben gehechtheid, trauma en emotieregulatie invloed op elkaar?”
U kunt hier een terugblik lezen.

Wist u dat de NtVP-lezingen voor leden gratis bijgewoond kunnen worden en dat u hier NtVP- accreditatiepunten voor kunt krijgen? De volgende lezingen vinden plaats op 29 januari 2020 na afloop van de Algemene Ledenvergadering (ALV) in Breukelen.

Compassion based Yoga Therapy bij trauma

Helpt Yoga om rust in je hoofd te krijgen? Is Yoga meer dan hard ademen? Is het iets voor mensen met PTSS?

Anneke Sips vertelt vanuit haar expertise als yogadocent en sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) dat er inmiddels steeds meer wetenschappelijk bewijs is voor de toegevoegde waarde van Yoga bij trauma. Een recente meta-analyse en systematische review (Cramer et al, 2018) laat zien dat er een (matig) statistisch significant bewijs is voor het effect van yoga als aanvullende behandeling bij PTSS op mentale en fysieke gezondheid. Een mooi voorbeeld van een plek waar Yoga reeds geïntegreerd is in de behandeling is het Trauma Center in Engeland, waar David Emerson en Bessel van der Kolk Trauma Sensitive Yoga hebben ontwikkeld.

De meeste mensen starten met het beoefenen van yoga vanuit de wens hun algemene gezondheid te verbeteren, of als fysieke training of stress management. Er is tegenwoordig veel meer interesse voor yoga en het stigma van yoga is inmiddels gelukkig al wat verminderd. Yoga, benoemt Anneke, is een geïntegreerde beoefening van fysieke houdingen, beweging, ademhalingsoefeningen, mantra, meditatie, en mindfulness die tot inzicht, gedragsveranderingen en algemeen welzijn en optimaal balans kan leiden. Anneke legt gepassioneerd uit dat zij patiënten helpt geloven in hun herstel door te vertellen dat iedereen de vaardigheid in zich heeft ‘Sattva’ te versterken, een compassievolle mind.

Ze noemt dat de ‘groene zone’, en stimuleert haar patiënten die zo groot mogelijk te maken. Yoga therapie wordt gedefinieerd als het toepassen van yoga bij mensen met psychische klachten, in kleine groepen, om herstel te ondersteunen. ‘Trauma Informed Yoga’ is een specifieke vorm van Yoga voor mensen met PTSS. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat trauma impact heeft op het gehele lichaam/geest (in tegenstelling tot een gefragmenteerd deel van mentale toestand) en door te werken aan zowel lichaam als geest stimuleer je optimaal herstel. Anneke legt helder in woorden en oefening uit dat Yoga mensen meer bewust maakt van hun lijf, waardoor ze beter in staat zijn signalen te herkennen en minder hun gevoel hoeven af te splitsen.

Yoga Therapy zoals hierboven omschreven staat dus gelijk aan ‘Trauma Informed’, maar is daarnaast ook nog eens ‘Polyvagal Approved’. De Polyvagaal Theorie van Stephen Porges geeft inzicht in de veranderingen in het autonome zenuwstelsel door trauma, en waarom het parasympathische zenuwstelsel blijft opspelen. Zelfregulatie en het hebben van een keuze is volgens Anneke een belangrijk onderdeel van Yogatherapie. In Trauma Sensitive Yoga Therapie, specifiek gericht op PTSS, leer je mensen zelfregulatie aan, maar doe je als therapeut ook actief aan stimuluscontrole.

Anneke Sips is een voorvechter voor de toegevoegde waarde van meer bewustwording van trauma binnen de GGZ in het algemeen, en om yoga als lichaamsgerichte werkvorm aan te bieden bij trauma. Als oprichter van Network Yoga Therapy, een internationaal netwerk voor yoga, is zij actief in zowel binnenland als buitenland. Haar droom is binnen alle GGZ-instellingen (Trauma Informed) Yoga Therapy aan te kunnen bieden als standaard onderdeel van het behandelaanbod voor PTSS en andere psychiatrische stoornissen.

www.netwerkyogatherapy.com
anneke@networkyogatherapy.com

Neuroimaging van gehechtheid en psychopathologie bij jongeren en hun behandeling.

Wat is de unieke relatie van gehechtheid en die van psychopathologie met het brein van jongeren? En wat betekent dit mogelijk voor hun behandeling? Hoe hebben gehechtheid, trauma en emotieregulatie invloed op elkaar?

Marie-José van Hoof was vroeg in haar werkzame leven als arts, eerst bij de kindergeneeskunde en later in de kinder- en jeugdpsychiatrie al getuige van gedragsproblemen bij kinderen. Ze werd wars van het stellen van simpele psychiatrische diagnoses die naar haar mening de lading niet dekten en zeker de kinderen geen dienst bewezen. Ze zag een complex geheel van psychische klachten, trauma en moeizame ouder-kind relaties en vroeg zich af wat ze zag en wat dat te betekenen had. Ze brak een lans in de wereld van de psychiatrie om trauma in de ontstaansgeschiedenis van psychische klachten te onderkennen, te diagnosticeren en te behandelen. Zij verdiepte zich in de relatie tussen gehechtheid en het brein bij jongeren die te maken hebben gekregen met trauma en/of psychische klachten hadden.

In haar presentatie staat Marie-José stil bij een deel van de onderzoeksresultaten van haar proefschrift ‘Unresolved disorganised attachment, psychopathology and the adolescent brain’. Ze zal eind dit jaar haar proefschrift verdedigen aan de Universiteit Leiden, maar deelde nu al met ons interessante onderzoeksresultaten.

Centraal staat in haar promotieonderzoek onverwerkt trauma en verlies, dat kan leiden tot onverwerkt-gedesorganiseerde gehechtheid. In tegenstelling tot georganiseerde vormen van gehechtheid is er bij onverwerkt trauma en verlies sprake van disoriëntatie en desorganisatie. Dit kan bovenop vormen van georganiseerde gehechtheid (veilig, gereserveerd, of gepreoccupeerd) het geval zijn. Uit haar onderzoek bleek dat er bij 43% van de deelnemende jongeren met seksueel misbruik ervaringen en 21% van de jongeren met depressieve en/of angstklachten sprake was van onverwerkt-gedesorganiseerde gehechtheid, en niet bij gezonde jongeren.
De vraag in hoeverre onverwerkt-gedesorganiseerde gehechtheid een transdiagnostische factor is werd onderzocht door te kijken naar of er sprake was van een unieke relatie van onverwerkt-gedesorganiseerde hechting tot het brein, gecontroleerd voor een algemene psychopathologie factor.

Hersenonderzoek laat zien dat bij trauma en stress de amygdala hyperactief wordt, en de waakzaamheid in geval van stress en PTSS dus in stand wordt gehouden door de amygdala. Uit haar promotieonderzoek blijkt dat bij de groep adolescenten met onverwerkt- gedesorganiseerde gehechtheid er een verminderde functionele connectiviteit van de amygdala met de mediale prefrontale cortex bij het brein in rust. Er was geen associatie van de algemene psychopathologie factor met de functionele connectiviteit van de amygdala in rust. Deze resultaten geven mogelijk een goede verklaring voor datgene wat we in onze behandelkamer zien, namelijk dat kinderen die getraumatiseerd zijn niet goed kunnen praten en nadenken over emotionele zaken met name, en vaak veel lager scoren op een IQ test. Onverwerkt-gedesorganiseerde gehechtheid zou dan gezien kunnen worden als een kwetsbaarheidsfactor, die maakt dat deze kinderen niet goed kunnen reflecteren en dat zij vaak overweldigd worden door angst die niet geïnhibeerd wordt door de prefrontale cortex omdat de amygdala maar blijft vuren.

Het is bekend uit eerder onderzoek dat er sprake is van veel comorbiditeit en gedeelde symptomen en risicofactoren bij psychopathologie. Dit blijkt samen te hangen met genen, IQ en cognitief functioneren: door trauma ontstaan er allemaal veranderingen aan de verschillende hersenonderdelen, zowel bij mishandelde kinderen met psychopathologie als zonder psychopathologie. Uit hersenonderzoek in het promotieonderzoek van Marie-José bleek o.a. dat onverwerkt-gedesorganiseerd gehechtheid gerelateerd was aan verminderde hoeveelheid witte stof (demyelinisatie) in het splenium van het corpus collosum. Psychopathologie was gerelateerd aan andere delen van het corpus callosum (body en genu). De delen waarbij er sprake was van verminderde witte stof zouden symptomen van dissociatie kunnen helpen verklaren.

Wat zijn nu de klinische implicaties van bovenstaand onderzoek? Marie-José geeft aan dat zij bij al haar patiënten (meest complex getraumatiseerd) tegenwoordig naast psychopathologie vragenlijsten/interviews en zo nodig persoonlijkheidsonderzoek, interviews m.b.t. gehechtheid afneemt en observaties van gehechtheid in ouder-kind interactie doet. De informatie die uit dit gehechtheidsonderzoek komt geeft een schat aan extra klinische informatie die nuttig is in de behandeling, zoals informatie over de overdracht van angst naar het kind en andere in standhoudende factoren. Ook geeft het indicaties voor behandeling van ouders.

Geschreven door Wendy Pots

CategoryNB-Okt19, Nieuwsbrief
© 2019 NTVP - All Rights Reserved