Terugblik op de NtVP lezingen van 2 september

Door Leanne van Est

Op 2 September 2020 hebben er wederom twee NtVP lezing plaatsgevonden, dit keer online. Er was veel interesse voor de lezingen, meer dan 80 mensen hebben deelgenomen. Vanwege de wisseling van sprekers kort van tevoren zullen we nog accreditatie aanvragen voor de lezing van Mirjam van Zuiden. 
 
De eerstvolgende NtVP lezing zal plaatsvinden tijdens onze ALV vergadering op 27 Januari 2021. Eric Vermetten en Tijmen Bostoen zullen spreken over de stand van zaken van psychedelics en over psychedelica als katalysator bij psychotherapie. We hopen u daar te zien!

In de eerste lezing van 2 september vertelde Ineke Wessel over het belang van gezonde onderzoekspraktijken voor gezonde behandelpraktijken. Mirjam van Zuiden gaf in de tweede lezing een voorbeeld hoe neurobiologisch onderzoek een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van behandelvormen voor posttraumatische stress stoornis (PTSS).

Ineke Wessel is universitair hoofddocent experimentele psychopathologie (Rijksuniversiteit Groningen en hoofddocent onderzoek opleiding tot klinisch psycholoog (opleidingsinstituut PPO). Ze doet onderzoek naar autobiografisch geheugen voor emotionele/traumatische situaties. Dr. Mirjam van Zuiden is universitair docent bij de afdeling psychiatrie van Amsterdam UMC. Zij richt zich in onderzoek op de psychoneurobiologische mechanismen die een rol spelen bij kwetsbaarheid voor de mentale gevolgen van traumatische stress.

Ineke Wessel

Mirjam van Zuiden

Hoe wapen je je tegen Questionable Research Practices?

Ineke Wessel begon haar lezing met een afbeelding van een kaartenhuis, welke het onderzoek binnen de psychologie tot 2011 representeerde. Onderzoekers keken er met bewondering naar maar hadden niet in de gaten dat de fundering slecht was. Met de ontdekking van de verzonnen data van Diederik Stapel wankelde het kaartenhuis al, maar toen ook nog bleek dat negen studies vonden dat paranormaliteit bestond op basis van erkende methoden, zakte het helemaal in.

Nu nog, niet per se met opzet tot fraude, vinden twijfelachtige praktijken (Questionable Research Practices; QRPs) plaats. Deze praktijken weerspiegelen een verborgen flexibiliteit in de methoden en data-analysen. Denk bijvoorbeeld aan Hypothesizing After Results are Known (HARKing), of p-hacking, waarin alles er op gericht is om onder de p=.05 te komen (door bijvoorbeeld niet alle variabelen/groepen te rapporteren, dataverzameling eerder te stoppen of juist langer door te gaan, proefpersonen te verwijderen, etc.). Het gemak waarmee dit verantwoord kan worden heeft te maken met een tunnelvisie op meerdere niveaus. Als de onderzoeker eenmaal een theorie heeft, wordt er naar bewijs gezocht daarvoor. Daarnaast geldt voor zowel onderzoeker, tijdschrift als instituut, dat significante resultaten geld, bekendheid en een hogere status opleveren.

Om je als behandelaar en lezer van onderzoeksartikelen te kunnen wapenen tegen QRPs, gaf Ineke wat handvatten. Allereerst is kennis van p-waarden en de implicaties hiervan belangrijk. De p-waarde geeft aan hoe verrassend het resultaat is, als je aanneemt dat er geen effect is. Als de p-waarde onder de drempelwaarde van .05 (5%) komt, verwerpen we de nul-hypothese, dat wil zeggen dat we niet geloven dat er geen effect is. Daarbij realiseren de meeste onderzoekers zich niet dat het uitvoeren van veel testen, elk met een drempelwaarde van 5%, de kans aanzienlijk vergroot dat ten minste één van die testen ten onrechte significant is. Wanneer er veel tests zijn gedaan zonder hiervoor te corrigeren, zou dit een lezer moeten alarmeren. Ook moeten er alarmbellen afgaan, wanneer veel onderzoeken een p-waarde van net onder .05 laten zien. Aspecten die de overtuigingskracht van een studie juist vergroten, zijn preregistratie, een duidelijk onderscheid tussen bevestigend en explorerend onderzoek en transparantie. Daarnaast benadrukte Ineke dat een onderzoek informatie verschaft over kansen en daarmee bijdraagt aan bewijs maar geen eindpunt is. Bovendien gaf ze de tip om alternatieve verklaringen te bedenken, dit helpt om kritisch te zijn en blijven. Ineke sloot haar lezing af met een leestip over het herkennen en voorkomen van QRPs: Chris Chambers, The seven deadly sins of psychology (verkrijgbaar in Engels en Nederlands).

Veel meer dan een knuffelhormoon

Het tweede deel van de lezing werd gegeven door Dr. Mirjam van Zuiden. Zij vertelde ons meer over het onderzoek naar het gebruik van intranasale oxytocine voor de behandeling van PTSS. Dit onderzoek is opgezet omdat is gebleken dat de effectiviteit van psychotherapie voor PTSS regelmatig onvoldoende is en vanuit de wens om de huidige therapie te verbeteren.

Waarom oxytocine? Oxytocine staat in de volksmond bekend als het knuffelhormoon maar is veel meer dat. In zijn basis is het een neuropeptide die een rol speelt bij de bevalling en borstvoeding. Daarnaast komt het vrij bij veilige sociale interacties (een rol in hechting) maar ook bij angstige en stressvolle situaties. Dit laatste klinkt tegenstrijdig, maar een mogelijke verklaring is dat het zorgt voor het zoeken van sociale steun. Hierdoor zou men sneller kunnen herstellen van de stress en angst. Uit onderzoek bij gezonde mensen is inmiddels bekend dat oxytocine een rol speelt in emotieverwerking en -regulering, vermijding van negatieve zaken en een motivatie voor opzoeking van positieve zaken1. Uit onderzoek weten we ook dat oxytocine intranasaal, via een neusspray, toegediend kan worden. De oxytocine heeft vervolgens een effect op het brein, mogelijk direct of door het stimuleren van de eigen afgifte en heeft weinig bijwerkingen.

De eerste stap in het onderzoek van de onderzoeksgroep aan het AMC was om de effecten van een eenmalige toediening van intranasale oxytocine te onderzoeken op processen die verstoord zijn bij PTSS en die relevant zijn voor een effectieve behandeling. Er is toen gekeken naar emotieverwerking van m.n. angst (extinctie, inhibitie, contextualisatie, generalisatie, regulatie) en beloning (therapeutische alliantie, motivatie en toenadering)2. Mensen met PTSS  werden vergeleken met gezonde getraumatiseerde controles. Hieronder vindt u een schematisch overzicht over wat er gebeurt bij een acute dreigende situatie bij gezonde mensen, bij PTSS-patiënten en na oxytocine toediening bij gezonde mensen.

Uit het schematisch overzicht lijkt naar voren te komen dat de reacties bij PTSS-patiënten en na oxytocine toediening tegengesteld zijn. De onderzoekers zagen een goede match en bedachten de BOOSTER studie2 waarin zij de effecten van eenmalige oxytocine onderzochten op neurale processen van emotie en beloning bij politieagenten met PTSS en politieagenten met traumablootstelling zonder PTSS. Iedere politieagent kreeg eenmaal oxytocine toegediend en eenmaal een placebo. Vervolgens moesten zij liggend in een MRI-scan taken uitvoeren. Resultaten lieten, kort samengevat, zien dat eenmalige oxytocine toediening angst-dempend werkte, zorgde voor toegenomen beloningsgevoeligheid en dat er sprake leek van een toegenomen emotieregulatie. Wel waren deze effecten niet voor iedereen gelijk; er waren bijvoorbeeld verschillen tussen mannen en vrouwen3,4,5,6,7.

Tot nu toe heeft er ook een klinische pilotstudie plaatsgevonden, waarbij de helft van de 17 PTSS-patiënten tijdens hun prolonged exposure sessies oxytocine kreeg toegediend en de andere helft een placebo8. Dit onderzoek is nog exploratief en geeft weinig richting voor de effecten van oxytocine. Wel is naar voren gekomen dat het gebruik van oxytocine tijdens de behandeling veilig, tolereerbaar en haalbaar is.

Tot nu toe zijn er ongeveer 15 pre-klinische en/of pilot klinisch studies gepubliceerd en deze laten positieve resultaten zien9. Er zijn nog geen grote klinische trials uitgevoerd. Op basis van deze studies zijn de te verwachten effecten een snellere afname van symptomen en een toename van motivatie in aangaan en profiteren van de behandelrelatie. Voor nu is het nog te vroeg om oxytocine te implementeren in de behandeling. Een eerste stap in deze richting zou een voldoende grote randomized controlled trial zijn en onderzoek naar welke patiënten precies baat hebben bij oxytocine tijdens de psychotherapie.

Referenties

1 Quintana, D. S., Rokicki, J., van der Meer, D., Alnæs, D., Kaufmann, T., Córdova-Palomera, A., Dieset, I., Andreassen, O. A., & Westlye, L. T. (2019). Oxytocin pathway gene networks in the human brain. Nature Communications, 10, 1-12.

2 Olff, M., Langeland, W., Witteveen, A., & Denys, D. (2010). A psychobiological rationale for oxytocin in the treatment of posttraumatic stress disorder. CNS spectrums, 15, 522-530.

3 Koch, S. B., van Zuiden, M., Nawijn, L., Frijling, J. L., Veltman, D. J., & Olff, M. (2016). Intranasal oxytocin normalizes amygdala functional connectivity in posttraumatic stress disorder. Neuropsychopharmacology, 41, 2041-2051.

4 Kerstetter, K. A., Wunsch, A. M., Nakata, K. G., Donckels, E., Neumaier, J. F., & Ferguson, S. M. (2016). Corticostriatal afferents modulate responsiveness to psychostimulant drugs and drug-associated stimuli. Neuropsychopharmacology, 41, 1128-1137.

5 Koch, S. B., van Zuiden, M., Nawijn, L., Frijling, J. L., Veltman, D. J., & Olff, M. (2019). Effects of intranasal oxytocin on distraction as emotion regulation strategy in patients with post-traumatic stress disorder. European Neuropsychopharmacology, 29, 266-277.

6 Nawijn, L., van Zuiden, M., Koch, S. B., Frijling, J. L., Veltman, D. J., & Olff, M. (2016). Intranasal oxytocin enhances neural processing of monetary reward and loss in post-traumatic stress disorder and traumatized controls. Psychoneuroendocrinology, 66, 228-237.

7 Nawijn, L., van Zuiden, M., Koch, S. B., Frijling, J. L., Veltman, D. J., & Olff, M. (2017). Intranasal oxytocin increases neural responses to social reward in post-traumatic stress disorder. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 12, 212-223.

8 Flanagan, J. C., Sippel, L. M., Wahlquist, A., Moran-Santa Maria, M. M., & Back, S. E. (2018). Augmenting prolonged exposure therapy for PTSD with intranasal oxytocin: a randomized, placebo-controlled pilot trial. Journal of Psychiatric Research, 98, 64-69.

9 Giovanna, G., Damiani, S., Fusar-Poli, L., Rocchetti, M., Brondino, N., de Cagna, F., Mori, A., & Politi, P. (2020). Intranasal oxytocin as a potential therapeutic strategy in post-traumatic stress disorder: A systematic review. Psychoneuroendocrinology, 115, 104605.

© 2020 NTVP - All Rights Reserved