Terugblik op de lezingen tijdens de ALV 31 januari 2018

Door Lonneke I.M. Lenferink, PhD student aan de Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Utrecht.

Aansluitend aan de Algemene Ledenvergadering op 31 januari vonden twee lezingen plaats in de NtVP Lezingencyclus. De eerste lezing ‘Dissociatieve Identiteits Stoornis: Een stoornis met meerdere gezichten’ werd gehouden door Dr. Miriam Lommen (Rijksuniversiteit Groningen) die deze lezing overnam van Dr. Rafaële Huntjens (Rijksuniversiteit Groningen). Tijdens de tweede lezing werd de opzet gepresenteerd van de Improving PTSD treatment for Adults with Childhood Trauma (IMPACT)-studie door MSc. Chris Hoeboer en Dr. Maartje Schoorl (beiden Universiteit Leiden).

Bewijs voor een dissociatieve identiteit

Heb je dat ook wel eens: hardop tegen jezelf praten wanneer je alleen bent of wanneer je naar iemand aan het luisteren bent of je opeens realiseren dat je het gedeeltelijk of helemaal niet hebt gehoord wat er zojuist is gezegd. Allebei zijn het voorbeelden van dissociatie in het dagelijks leven. Wanneer deze symptomen significant lijden veroorzaken zou het kunnen wijzen op een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS).
DIS wordt gekenmerkt door vijf symptoomclusters: 1) depersonalisatie, 2) derealisatie, 3) identiteitsverwarring, 4) amnesie en 5) identiteitswijziging. De laatste twee symptoomclusters zijn het meest van belang voor differentiaal diagnostiek.
Huntjens richt zich in haar onderzoek o.a. op het zoeken naar bewijs voor het bestaan van DIS, zoals staat omschreven in de DSM-5. In één van haar studies onderzoekt ze o.a. het fenomeen inter-identiteit amnesie, waarbij wordt verondersteld dat mensen met DIS herinneringen in één identiteit niet kunnen ophalen vanuit een andere identiteit. In een gecontroleerde studie werden DIS patiënten gevraagd om een lijst met trauma-gerelateerde, positieve en neutrale woorden te leren (Lijst A). Vervolgens werden de deelnemers gevraagd om te wisselen van identiteit en een nieuwe lijst met woorden te leren (Lijst B). In tegenstelling tot de hypothese van inter-identiteit amnesie, werden in beide identiteiten zowel woorden uit Lijst A en Lijst B onthouden. Deze bevinding is meerdere malen gerepliceerd door verschillende onderzoekers op zowel impliciete als expliciete geheugentaken. Huntjens pleit dan ook voor het herzien van de DSM-criteria van DIS. Naast dit geheugenonderzoek presenteerde ze ook behandelonderzoek waarin gekeken wordt naar de effectiviteit van schematherapie bij deze groep patiënten.

Stabiliseren of intensiveren bij PTSS na vroegkinderlijk trauma?

Tijdens de tweede lezing werd uitleg gegeven over de IMPACT-studie die momenteel van start is gegaan. Deze studie richt zich op mensen met posttraumatische stress stoornis (PTSS) ten gevolge van vroegkinderlijk, interpersoonlijk herhaald trauma. De centrale vraagstelling van dit onderzoek is : ‘Is stabiliseren of intensiveren een verbetering ten opzichte van richtlijn behandeling van PTSS?’

Richtlijn behandeling bestaat uit traumagerichte CGT of EMDR. Ongeveer de helft van de patiënten heeft hier echter nauwelijks tot geen baat bij en het uitvalspercentage is hoog. In de IMPACT-studie worden alternatieve behandelmethoden onderzocht. In een drie-potige studie worden de effecten van richtlijnbehandeling vergeleken met stabiliseren en intensiveren. In de richtlijnbehandeling-conditie ontvangen mensen 16 wekelijkse sessies waarbij imaginaire exposure centraal staat. In de stabiliseren-conditie ontvangen de mensen eerst 8 wekelijkse sessies waarbij het aanleren van emotieregulatie-vaardigheden en veranderen van interpersoonlijke patronen centraal staan. Vervolgens ontvangen ze 8 wekelijkse imaginaire exposure-sessies. Dit twee-fasen model is gebaseerd op het idee dat mensen met PTSS ten gevolge van vroegkinderlijke traumatisering eerst vaardigheden nodig hebben om blootstelling aan het trauma aan te kunnen. In de derde conditie, intensiveren, ontvangen mensen 12 imaginaire exposure-sessies in 4 weken. Vervolgens vinden er nog 2 boostersessies plaats. Eerdere studies naar de effecten van intensiveren toonden aan dat deze behandelvorm leidde tot snellere verbetering en minder uitval t.o.v. standaardbehandeling. De verwachting is dat de IMPACT-studie informatie zal verschaffen over de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de twee innovatieve behandelvormen t.o.v. de standaardbehandeling. Ook zal onderzocht worden voor wie wat het beste werkt. De eerste resultaten van een pilot-studie zijn bemoedigend. Wij zien dan ook uit naar de resultaten van deze studie!

Note: Voor deze lezingen is accreditatie (1 punt) toegekend door de FGzPT en NVVP.

Dit verslag is geplaatst in Impact magazine Q1 2018.

CategoryNB-Mar18, Nieuwsbrief
© 2018 NTVP - All Rights Reserved