Rubriek ‘‘De psychotraumatherapeut: het verhaal van… Tessa Colthoff’’

Door Janne Punski-Hoogervorst (arts-onderzoeker/promovendus aan Universiteit Haifa)

Diagnostiek en behandeling van psychotrauma vraagt om specifieke expertise. Om die deskundigheidte garanderen biedt de NtVP de certificering tot psychotraumatherapeut. Wie zijn de professionals die deze certificering hebben? In deze rubriek komen zij aan het woord, geven hun blik op hun werkveld en hun visie op de certificering tot psychotraumatherapeut. Voor deze nieuwsbrief spraken wij met Tessa Colthoff.

Tessa is een in Nederland opgeleide GZ-psycholoog en psychotraumatherapeut (sinds 2017 lid van de NtVP). Na het volgen van de opleiding psychologie aan de Universiteit Amsterdam, een gespecialiseerde minor in ontwikkelingsstudies, en een klinisch specialisatie traject, werkt Tessa al sinds 2009 in het Women’s College Hospital in Toronto, Canada. Hier geeft zij via het gespecialiseerde Trauma Therapie Programma verschillende individuele therapieën zoals NET, Neurofeedback en EMDR, behandelt ze koppels en faciliteert groepstherapieën. Tessa is daarnaast betrokken bij verschillende onderzoektsprojecten en de begeleiding van de nieuwe generatie traumatherapeuten. Ook heeft Tessa een kleine eigen praktijk.

Waardoor werd je interesse voor psychotrauma ooit gewekt?

Mijn ervaring is dat we als (psychotrauma)therapeut werken omdat we iets met dit vakgebied hebben. Of dat nou is omdat we zelf trauma hebben meegemaakt, trauma hebben veroorzaakt of naasten hebben zien lijden door traumatische gebeurtenissen. Er is meestal wel een parallel proces te herkennen.

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in hoe mensen gevormd worden door de ervaringen die ze hebben meegemaakt in hun leven. Al vanaf jongs af aan had ik vragen over het doen en laten van mijn eigen familie, vooral over de oorlog, die ik nooit heb gesteld. Indisch zwijgen aan mijn vader’s kant, en een “stiff upper lip” aan mijn moeder’s kant. Als psycholoog en psychotraumatherapeut krijg je als het ware toestemming om juist al die vragen wél te stellen. Toen ik aan het begin van mijn carrière begon met werken in de verslavingszorg en in het gevangeniswezen, merkte ik al gauw dat onder al de “probleem gedragingen” traumatische ervaringen schuilden. Ik wilde in mijn werk graag de oorzaak aanpakken en was erg blij dat ik als GZ-psycholoog aan de slag kon bij Centrum ’45.

Met welke typen psychotrauma heb je met name te maken?

Women’s College Hospital (WCH) is een ziekenhuis midden in downtown Toronto. Het is in 1883 opgericht als reactie tegen de medische wereld die geen vrouwen accepteerde in opleiding tot arts. Het ziekenhuis gaf vrouwelijke patiënten de kans om behandeld te worden door vrouwelijke artsen in een wereld die gedomineerd was door mannen.  Tot de dag van vandaag identificeert het merendeel van ons personeel en onze patiënten zich als vrouw en zijn onze behandelingen en onderzoeken gericht op genderspecifieke aspecten van de gezondheidszorg.

Het “Trauma Therapy Program” waar ik deel vanuit maak, behandelt volwassenen die vroegkinderlijk trauma hebben meegemaakt (geweld, misbruik, verwaarlozing, georganiseerd geweld en ervaringen zoals sektes). Daarnaast behandel ik een aantal patiënten uit onze vluchtelingen kliniek (Crossroads Clinic).

Je geeft niet alleen individuele therapie, maar ook therapie aan koppels en groepen. Welke lessen neem je mee tussen deze verschillende vormen van therapie?

Het ligt een beetje aan de behandeldoelen van de patiënt. De basis voor alle therapieën is van relationele aard. Daarnaast gebruik ik verwerkingstherapieën als EMDR en NET. In N-Amerika zijn Internal Family Systems (IFS) therapie en Trauma-Informed Stabilization Treatment (TIST) van Janina Fisher belangrijke invloeden.

Onze groepstherapieën zijn gespecialiseerd op specifieke aspecten van trauma verwerking: “Trauma & the Body” is gebaseerd op het werk van o.a. Pat Ogden en Bessel van der Kolk. “Trauma & the Mind” is een CBT groep. “Speak Art” is een creative therapie groep, soms in samenwerking met de Art Gallery of Ontario. En “Trauma & Relationships” is een groep die zich richt op de impact van trauma op relationele dynamieken.

Wat betreft relatietherapie ben ik gecertificeerd in Relational Life Therapy (RLT). Dat is een therapie van Terry Real die erg goed aansluit bij trauma therapie. De focus is op “relational stances”, het herhalen van patronen die aangeleerd zijn tijdens de kinder-en jeugd jaren en het ontwikkelen van gezondere gedragingen. Ook Emotionally Focused Therapy (EFT) van Sue Johnson wordt hier veel toegepast. Ik bied ieder jaar een aantal “Relationship Bootcamps” aan waar koppels in groepsverband een combinatie van trauma gerichte psycho-educatie en RLT/EFT aangeboden krijgen. Vaak is het de patiënt met het trauma verleden die iedere week naar therapie gaat, terwijl de partner daar niks van mee krijgt. Door de bootcamp wordt dat een beetje recht getrokken. Het is ook een goede manier om koppels gezonde relationele vaardigheden aan te leren vóórdat ze beginnen aan meer intense relatietherapie.

Hoe ben je in Canada terecht gekomen?

Door de liefde! Ik ben met een Canadees getrouwd. We leerden elkaar in Frankrijk kennen op een feestje. De relatie hield stand en we wisselden iedere paar jaar tussen Amsterdam en Toronto, totdat ik zwanger werd en we op één plek zijn gebleven.

Waarom heb je besloten je te registreren tot psychotraumatherapeut bij de NtVP?

Ik wilde graag een Nederlandse basis behouden en up to date blijven van de Nederlandse en Europese ontwikkelingen in dit vakgebied. Nederland is heel innovatief met onderzoek en behandelingen binnen psychotrauma. Canadezen zijn traditioneler en wat terughoudend met nieuwe dingen uitproberen. De NtVP biedt op dit gebied veel informatie en kennis.

Wat zijn de opvallendste of grootste verschillen tussen (trauma) therapie via de Nederlandse GGZ en je huidige kliniek in Canada?

Een van de meest cliché verschillen is dat er minder stigma heerst op geestelijke gezondheidszorg in Canada. Mensen zijn erg openhartig over “my therapist” en er wordt makkelijk gesproken over emotioneel welzijn. In mijn beleving klinken de dingen in het Engels ook altijd wat natuurlijker dan in het Nederlands. De emotionele vocabulaire is rijker en mensen zijn zich bewuster van hun emotionele belevingen. Of ze praten er meer over, dat kan ook.

Ook leuk is dat bekende behandelaren zoals Bessel van der Kolk, Esther Perel, Terry Real, Gabor Mate, Janina Fisher en Pat Ogden in de VS zitten. Als je in Noord-Amerika in de trauma wereld werkt dan kom je ze al snel tegen. Daardoor ontstaan leuke ontmoetingen en soms zelfs samenwerkingen.

Een ander verschil, in grote steden zoals Toronto, is er aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. Meer dan de helft van de inwoners van Toronto is niet in Canada geboren. Het is enorm multicultureel en diversiteit op andere vlakken (o.a. gender) is erg belangrijk in de werkomgeving.

Er is geen groepstherapie of workshop meer waarbij je je niet voostelt met zowel je naam als ook je voornaamwoord (“Hi, I’m Tessa and I go by she/her”).

De “Black & Indigenous Lives Matter” bewegingen zijn hier erg belangrijk en actueel. Je kunt het trauma verleden van patiënten niet loskoppelen van het koloniale- en slavenverleden van Canada. Deze zwarte bladzijden in de geschiedenis van dit land zijn heel recent. Zoals in Nederland ook op het nieuws te zien was, zijn de laatste “residential schools”* pas in de jaren ’90 gesloten. De gevolgen van deze trauma’s leven door in de volgende generaties. Racisme, politiegeweld, armoede, slechte gezondheid, onderbehuizing en dakloosheid zijn actuele problemen die proportioneel meer voorkomen bij inheemse mensen en mensen van kleur. Eén van de meest schrijnende voorbeelden hiervan is het fenomeen van de “Missing and Murdered Indigenous Women and Girls and 2-Spirited”, een genocide in eigen land.  Er is dan ook veel aandacht binnen therapie voor institutioneel trauma in het heden en verleden.


*Scholen met als doel assimilatie: “Killing the Indian in the child”. Inheemse kinderen werden door de overheid onder druk bij hun gezinnen verwijderd of ontvoerd en jarenlang onderworpen aan geweld, misbruik, ondervoeding, ziekte, soms met de dood tot gevolg. Kinderen zagen hun ouders soms jarenlang niet, mochten hun eigen talen niet meer spreken, hun haren werden geknipt, en het christendom werd opgelegd. Traditionele “healing ceremonies” en gewoonten werden verboden en langzamerhand werden hele culturen uitgewist.



Naast je klinisch werk ben je ook betrokken bij enkele onderzoeksprojecten, zoals ‘Story Medicine’. Waar richt dit onderzoek zich op?

Story Medicine is een project in samenwerking met het “Well Living House”, een onderzoekscentrum voor en door de inheemse gemeenschap bestaande uit artsen, onderzoekers, “elders” en “knowledge keepers”. Verhalen hebben een belangrijke functie in de verschillende culturen van de “Indigenous Peoples” (First Nations, Inuit en Métis). Ze worden gezien als medicijn en belangrijke lessen worden zo van generatie op generatie doorgegeven.

Narratieve Exposure Therapie (NET) heeft een verhalend karakter en leek daarom ideaal als trauma behandeling voor deze populatie. Omdat NET een westers protocol is, heeft het Well Living House een cultureel aangepaste versie van de behandeling ontwikkeld. De voornaamste principes zijn bewaard gebleven en er zijn traditionele aspecten toegevoegd. Er is bijvoorbeeld een “healing bundle” aanwezig die bestaat uit traditionele medicijnen (o.a. salie, tabak, adelaars veren) voor ceremonies; er worden “creation stories” gedeeld ter betekenisgeving; in plaats van het touw voor de levenslijn, worden linten neergelegd die van oudsher werden gebruikt ter decoratie van kleding; tissues die gebruikt zijn tijdens de therapie worden verbrand in het heilige vuur om de tranen te eren, en deelnemers hebben de mogelijkheid hun eigen (traditionele) elementen toe te voegen zoals drum en zang.

Het onderzoek bekijkt of deze vorm van therapie als positief wordt ervaren door de deelnemers. Het wordt op dit moment aangeboden aan familie leden van de “Missing and Murdered Indigenous Women, Girls and 2 Spirited”.

Wat zijn jouw grote dromen wat betreft je toekomstig klinisch werk (en eventueel onderzoek)?

Ik vind het belangrijk om bezig te zijn met innovatieve projecten die bijdragen aan wat er om me heen en in de wereld gebeurt. Nederland is wat dat betreft veel vooruitstrevender en innovatiever in de GGZ. Men durft risico’s te nemen en er is meer geld beschikbaar. Het zou leuk zijn om in de toekomst samen te werken met een Nederlands project en echt iets nieuws naar Canada te brengen.

Hoe verwerk je wat je hoort in de spreekkamer? Heb je tips voor andere therapeuten?

Mijn teamgenoten zijn naast collega’s ook goede vrienden. We investeren een hoop tijd in supervisie en doen ook veel leuke dingen samen. Daarnaast heb ik een druk gezinsleven met drie kinderen en een groot sociaal netwerk.

Af en toe, als ik er even doorheen zit en Nederland mis, dan droom ik van een bloemenstal aan de Amsterdamse grachten.

Voor mij is het belangrijk dat ik duidelijke limieten kan stellen. Daar ben ik niet echt goed in, dus dat blijft een uitdaging. Het afgelopen jaar was natuurlijk een lastige en ik merkte dat ik aan het eind van de dag weleens wat agitatie had opgebouwd. Om die negatieve energie kwijt te raken, ben ik meer gaan sporten, wat heel goed werkte. Verder vind ik het heerlijk om Nederlandse programma’s te kijken en limiteer ik hoeveel nieuws ik tot me neem (“headlines, not details” zoals we hier zeggen). Te veel ellende en trauma op één dag is niet goed.

Om af te sluiten: zijn er nog andere dingen die je aan psychotraumatherapeuten en onderzoekers wil meegeven?

De grootste les die ik heb geleerd na mijn emigratie naar Canada was het ontwikkelen van culturele bescheidenheid.

Pas nadat ik naar Canada was verhuisd, realiseerde ik me hoe (voor mijzelf) vanzelfsprekend mijn aannames, houding, oordelen en vooroordelen waren. Die waren immers gebaseerd op mijn Nederlandse identiteit die de meesten om mij heen met me deelden. Het was een flinke reality check om te voelen dat niks meer vanzelfsprekend is als je ineens in een ander land woont, werkt en kinderen opvoedt. Naast het leren over andere culturen, heb ik ook kritisch moeten leren kijken naar mijn Nederlandse identiteit en afkomst en hoe die mijn kijk op anderen beïnvloeden. Ook als je niet in het buitenland woont, is het misschien goed om hier af en toe bij stil te staan.

CategoryNB-Sep21, Nieuwsbrief
© 2021 NTVP - All Rights Reserved