Rubriek ‘‘De psychotraumatherapeut: het verhaal van… Liesbeth Mevissen’’

Door Janne Punski-Hoogervorst (arts-onderzoeker/promovenda aan de Universiteit van Haifa)

Diagnostiek en behandeling van psychotrauma vraagt om specifieke expertise. Om die deskundigheid te garanderen biedt de NtVP de certificering tot psychotraumatherapeut. Wie zijn de professionals die deze certificering hebben? In deze rubriek komen zij aan het woord, geven hun blik op hun werkveld en hun visie op de certificering tot psychotraumatherapeut. Voor deze nieuwsbrief spraken wij met Liesbeth Mevissen.

Liesbeth is klinisch psycholoog en orthopedagoog-generalist, gepromoveerd op onderzoek naar trauma bij mensen met een verstandelijke beperking (VB). Zij is zelfstandig gevestigd als psychotraumatherapeut, consulent, docent en EMDR-supervisor. Liesbeth is gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van psychotrauma bij mensen met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en risicovol gedrag. Liesbeth is als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum van Trajectum en begeleidt promovendi en klinisch psychologen in opleiding. Sinds kort werkt zij ook als onderzoeker en supervisor voor VGGGNet, een expertisecentrum voor psychiatrie en verstandelijke beperking. Tijdens het NtVP congres op 30 september zal zij haar werk presenteren.

Waardoor werd je interesse in psychotrauma ooit gewekt?

Ik heb lange tijd in allerlei functies en instellingen in de zorg voor mensen met een VB gewerkt. Psychotherapie maakte tot een jaar of vijftien geleden geen deel uit van de behandeling voor deze doelgroep. Bij emotionele en gedragsproblemen werd hoofdzakelijk gekeken naar omgevingsfactoren en qua behandeling waren gedragstherapie en vaktherapieën het meest gangbaar. Ik zag hoeveel ingrijpende, negatieve ervaringen deze cliënten meemaakten in hun leven en ik merkte steeds weer hoe moeilijk het was om degenen met ernstige gedragsproblemen goed te helpen met blijvend effect. Inzet was vooral gericht op het creëren van een omgeving waarin veel positieve ervaringen konden worden opgedaan. Ik heb in 2005 daarover een boek geschreven: “Kwetsbaar en afhankelijk. Gedragsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking: van beeldvorming naar behandeling”. Vlak daarna verscheen ook een boekhoofdstuk van Gert Tharne; een collega die als één van de eersten binnen de gehandicaptenzorg met EMDR werkte. Toen ik las over zijn ervaringen met EMDR bij mensen met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid wist ik het meteen: dat moet ik ook kunnen! Ik ben met de EMDR training gestart en ging praktijkervaring opdoen op de VB-poli waar kind-en jeugdpsychiater Reinout Lievegoed werkte, een andere pionier op dit gebied. Met zijn steun op de achtergrond durfde ik ook ernstig verstandelijk beperkte kinderen met ernstige gedragsproblemen en forse trauma’s te behandelen met EMDR. De resultaten waren verbluffend!

Je bent gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van psychotrauma bij mensen met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en risicovol gedrag. Waar is deze specifieke interesse uit ontstaan?

Toen mijn enthousiasme voor traumabehandeling eenmaal was gewekt wilde ik natuurlijk dat er in de zorg voor mensen met een VB meer oog voor trauma kwam. Maar ik voelde me een roepende in de woestijn. Een wetenschappelijke onderbouwing leek mij hard nodig. Zo werd de kiem gelegd voor mijn promotieonderzoek.

Wat is belangrijk in de klinische praktijk bij deze doelgroep? En zijn er dingen die we niet weten of echt moeten leren over deze groep?

PTSS manifesteert zich bij deze doelgroep niet anders dan bij mensen zonder een VB, en voor de behandeling blijkt EMDR-therapie toepasbaar, veilig en potentieel effectief. Gebruik dan wel het kind- en jeugdprotocol, ook als het gaat een volwassen persoon met LVB. Andere evidence-based behandelmethoden voor PTSS zijn ook toepasbaar als de werkwijze vereenvoudigd wordt. De DITS-LVB (diagnostisch interview trauma en stressoren- licht verstandelijke beperking) is ontwikkeld en gevalideerd als diagnostisch instrument en wordt inmiddels veel gebruikt in de praktijk.

Goed om te weten is dat een VB vaak samengaat met autisme. Ook bij mensen met ASS wordt trauma nog heel vaak niet gezien en behandeld vanwege de overlap tussen kenmerken van autisme en traumasymptomen.

De DITS-LVB blijkt in de praktijk goed bruikbaar voor mensen met ASS ook als ze geen VB hebben. Het instrument maakt gebruik van concrete taal, doet weinig beroep op taalvaardigheid, en maakt gebruik van visuele ondersteuning.

Vaak wordt gedacht dat een VB altijd uiterlijk zichtbaar is zoals bij het syndroom van Down, maar niets is minder waar: in de ggz blijkt bij 40 procent van de populatie sprake van LVB (dit betekent: een IQ van 50-85 en beperkte adaptieve vaardigheden). In de forensische ggz zijn de percentages nog hoger, tot wel 70 procent! Trauma komt bij 80 procent van deze patiënten voor, waarbij 40 procent gediagnosticeerd wordt met PTSS. De beperking wordt echter vaak niet gezien omdat ze die goed hebben leren camoufleren. Belangrijk dat er binnen de ggz wordt gescreend op LVB. Dat kan heel eenvoudig met de SCIL. Waarom dat zo belangrijk is? De gewone diagnostische instrumenten en de standaard behandelprotocollen zijn te ingewikkeld. Ze haken af of “de behandeling werkt niet” en belanden in de langdurige GGZ.

Op het NtVP congres 2022 ‘Psychotrauma door systemen heen’ zul je spreken over afhankelijkheidsrelaties van patiënten met psychotrauma en ernstig probleemgedrag. Waarom juist over dit thema? En wat denk je dat hierin het grootste leerpunt is voor (zorg)professionals die met psychotrauma te maken hebben?

Patiënten met ernstige en langdurige beperkingen zoals we dat zien bij een VB en ASS, maar ook bijvoorbeeld bij dementie, chronische ziektes en ernstige psychiatrische problemen, zijn voor hun welbevinden heel afhankelijk van anderen. Denk aan ouders, partner, kinderen en hulpverleners. Als ik als consulent voor het CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise) wordt ingezet zijn situaties hopeloos vastgelopen. Patiënten zijn suïcidaal of ernstig agressief en betrokkenen voelen zich machteloos. Vaak is er sprake van onderliggend trauma, maar is een traumabehandeling niet van de grond gekomen of voortijdig afgebroken.

Trauma in het systeem kan een belangrijke onderhoudende factor zijn.

Cruciale steunfiguren van de patiënt kunnen zelf PTSS ontwikkeld hebben als gevolg van vaak langdurige, herhaalde confrontatie met zeer problematisch gedrag zoals automutilatie, suïcidepogingen, bedreigingen en fysiek zijn aangevallen. Dat kán, maar hoeft niet samen te gaan met een anderszins belast verleden. Individuele traumabehandeling van één of meer steunfiguren kan dan de sleutel tot verandering zijn. Het is geen routine om ook steunfiguren op trauma te bevragen, sterker nog dat wordt vaak als heel ongemakkelijk en ongepast ervaren: zij mogen zich toch geen patiënt voelen?

Naast je onderzoekswerkzaamheden ben je ook zeer actief in de praktijk. Waarom is het voor jou belangrijk om een registratie als psychotraumatherapeut via de NtVP te hebben? Waarom heb je besloten je te laten registreren?

Omdat het een waarborg is voor brede kennis en vaardigheden op het gebied van traumadiagnostiek en traumabehandeling. Patiënten hebben recht op goede behandelaren en zo’n registratie helpt daarbij.

Hoe verwerk je wat je hoort in de spreekkamer? Heb je tips voor andere therapeuten?

Ik vind het een plicht als therapeut om te zorgen dat je in je werk niet wordt belemmerd door eigen onverwerkte ervaringen.

Toen ik merkte dat bepaalde traumaverhalen mij in het bijzonder raakten heb ik met EMDR-zelfhulptechnieken mijn eigen pijnpunten aangepakt. Verder is uitwisseling in intervisie met collega’s steunend voor me.

Liesbeth Mevissen spreekt op vrijdag 30 september op het NtVP Congres – Psychotrauma door de Systemen Heen.

Meer informatie: https://www.ntvpcongres.nl/sprekers-ntvp-congres/#congres

CategoryNB-Sep22, Nieuwsbrief
© 2022 NTVP - All Rights Reserved