Rubriek “De psychotraumatherapeut: het verhaal van… Anke Lahuis”

Door Marie-Louise Kullberg

Diagnostiek en behandeling van psychotrauma vraagt om specifieke expertise. Om die deskundigheid te garanderen biedt NtVP de certificering tot psychotraumatherapeutWie zijn de professionals die deze certificering hebben? In deze rubriek komen zij aan het woord, geven hun blik op hun werkveld en hun visie op de certificering tot psychotraumatherapeut.

Tussen alle hectiek die de (thuiswerk-)situatie omtrent de coronacrisis met zich meebrengt, heeft Anke Lahuis tijd gevonden om een aantal vragen te beantwoorden. Anke is psychiater op een polikliniek voor specialistische traumadiagnostiek, waar ze met name beroeps gerelateerd trauma ziet zoals bij politie, brandweer en veteranen Ook behandelt ze regelmatig vluchtelingen middels Narratieve Exposure Therapie (NET) en EMDR. Verder werkt ze als onderzoeker binnen een polikliniek voor vluchtelingen en asielzoekers met posttraumatische stressstoornis (PTSS). Sinds december 219 is zij gecertificeerd psychotraumatherapeut NtVP.

  1. Wat vind je het allerleukste aan je werk?

Tsja, heel voor de hand liggend: Het échte contact met mensen, meestal op moeilijke momenten in hun leven. Op de poli zie ik mensen slechts één enkele keer, maar wel ook met partner of dierbare erbij. Er worden dan regelmatig moeilijke dingen voor de eerste keer besproken.

Tijdens die eerste ontmoeting het contact zó te leggen dat men zich openstelt, door klachten waar iemand soms al lang mee loopt echt serieus te nemen, of iemand dwars door de vermijding heen tóch – in korte vorm – over ‘de zwaarste gebeurtenissen in hun leven’ te laten praten zodat ze goede hulp kunnen krijgen.  Dat zijn de dingen die mij op een dag veel voldoening geven.

  1. Wat wekt je interesse binnen psychotrauma?

Ik hou veel van levensverhalen. Ik ben ook antropoloog en heb veel interesse in waarom mensen doen wat ze doen. Ik heb soms patiënten die aan de andere kant van de wereld met politieke redenen in detentie hebben gezeten, en over hun activistische leven vertellen alsof het gisteren was, maar hier een stil leven leiden met flinke traumaklachten.

Soms heb ik iemand die al levenslang bij de politie werkt en zo ongeveer álles wat je kunt bedenken heeft gezien en nu totaal verrast is dat de traumaklachten hem of haar zo overvallen. Of een brandweerman die zó vaak in levensgevaar was dat hij het niet eens allemaal meer kan herinneren. Het andere moment is er een patiënt die door mensensmokkelaars hier terecht kwam vanuit een Afrikaans land, en naast het traumaverhaal, juist prachtig kan vertellen over hoe er in zijn of haar oude dorp geleefd werd.

Het gaat binnen het veld van psychotrauma vaak ook over iemands identiteit, hoe het zelfbeeld is veranderd door bepaalde gebeurtenissen.

Sindsdien weet iemand bijvoorbeeld dat hij kwetsbaar is of is iemand haar gevoel van kracht kwijt. De herbelevingen zijn ook een voortdurende herhaling van die kwetsbaarheid. Door dat te bekijken kun je vaak ook beter aan de slag met betekenisgeving en copingstijl.

  1. Je bent ook geregistreerd als Psychotraumatherapeut bij de NtVP, wat is voor jou de meerwaarde daarvan?

Voor mij is die registratie een manier om meer gereedschap tot mijn beschikking te krijgen.

Niet elke patiënt met PTSS heeft hetzelfde nodig. Bovendien vind ik het heel goed, ook voor mijn doorverwijzingen, dat er een soort keurmerk is waardoor je weet welke therapeuten echt ervaren zijn in werken met trauma, want ik zie traumatherapie echt als een expertise. Ik kan nu goed adviseren welke traumatherapieën het meest passend zijn, en zelf makkelijk switchen als dat nodig lijkt. Wij zien complexe doelgroepen, waarbij je soms veel uit de kast moet trekken om verder te komen. De opleiding tot psychotraumatherapeut maakt dat je je ook stevig voelt in wat je te bieden hebt.

  1. Je doet ook onderzoek naar behandeling van PTSS bij uitgeprocedeerde asielzoekers, kan je hier wat meer over vertellen?

Ik doe onderzoek in een onderzoekspopulatie van vluchtelingen die zonder status in Nederland verblijven en PTSS hebben. We hebben een behandelprogramma van een jaar ontwikkeld, en ik volg het behandelbeloop door verschillende vragenlijsten. Ik kijk onder andere of ze in behandeling blijven, of het lukt traumatherapie te starten en af te ronden en wat er gebeurt met traumaklachten tijdens verschillende behandelfasen. Verder doe ik een kwalitatieve studie over behandelrelaties in dezelfde groep, maar dan vanuit de behandelaar: hoe hanteer je professionele grenzen in een behandeling waar je patiënt basisbehoeften als onderdak en eten mist, en vaak een beroep doet op je menselijkheid? Dat gaat dus over van alles, bijvoorbeeld het begrenzen van behandelingen, juridische zaken, of vriendschapsgevoelens vanuit je patiënt die nog niemand kent in Nederland. Ook een appel geven als iemand honger heeft, kan soms een dilemma zijn.

  1. Heb je al wat (klinische) implicaties van je onderzoek voor ons?

We krijgen steeds beter in beeld hoe ernstig de problematiek en hoe complex de populatie vluchtelingen en asielzoekers is. Om een voorbeeld te geven: gemiddeld rapporteren individuen uit deze groep acht-en-een-halve traumatische levensgebeurtenissen per persoon en op vragenlijsten over welzijn scoren ze ondenkbaar laag. Misschien is het niet verrassend, maar dit in kaart brengen is waardevol om te begrijpen waar deze patiënten dagelijks mee te maken hebben. Tot nog toe is het grootste deel van de groep erg tevreden met de behandeling en zijn de meesten heel toegewijd. Dat de sociale omstandigheden roet in het eten gooien van de continuïteit is iets waar we beter op voorbereid moeten zijn, zodat we behandeleffecten kunnen vergroten. Zo hebben wij overleggroepen met Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) om te kijken of patiënten in relatieve rust hun behandeling kunnen volgen. Ik heb nog lang niet alle data binnen, een deel van de geïncludeerde patiënten is nog middenin de behandeling, dus deze bevindingen zijn nog preliminair.

  1. Wat is belangrijk in de klinische praktijk bij deze doelgroep? En zijn er nog dingen die we niet weten of moeten leren over deze groep?

Wat mij opvalt, is dat bij verwijzende instellingen vaak langdurig is behandeld zonder dat traumatherapie is ingezet. Dat vind ik echt zonde, ik kan daar ook wel kwaad over worden. Traumatherapie voor een vluchteling met PTSS zou vanzelfsprekend moeten zijn, en behandelaren moeten zich niet tegen laten houden door de ervaren drempels om te gaan behandelen. Nee, het is niet makkelijk, maar je bent als behandelaar wel verplicht om de werkzame behandeling te bieden en je patiënt te steunen in de moeilijkheden die hij of zij daarbij ervaart, bijvoorbeeld door het doorbreken van de vermijding.

Ik denk dat het té vaak gebeurt dat het eerder vermijding van de behandelaar betreft dan vermijding door de patiënt. Ga het gesprek aan, begin gewoon. Je patiënt verdient jouw interesse en jouw goede zorg.

Een tolk kan ook vaak erg helpen. Gezien de kosten staat het inzetten van een tolk veel ter discussie, maar het is echt nodig voor goede behandelingen bij vluchtelingen. Als een patiënt al lang in behandeling is en de verwijzer nauwelijks weet uit wat voor gezinssituatie een patiënt komt, vind ik dat heel treurig. Ik denk dat met voldoende kennis gericht behandelen vaak goedkoper is dan zonder tolk een langdurig steunend-structurerend contact aangaan.

  1. Wat neem je uit je praktijkervaring mee in je onderzoek en andersom?

Door de coronacrisis wordt er direct door onderzoekers gekeken hoe e-health werkt binnen het psychotraumaveld. Innovaties en praktijkervaringen worden vaak – in ieder geval zeker binnen onze organisatie – gauw opgepakt door onderzoekers. Andersom gaat het soms moeilijker, denk ik. Klinische ervaring is vaak heilig op de traumawerkvloer en door wetenschap gedreven veranderingen zijn niet altijd makkelijk door te voeren. De nieuwste ontwikkelingen bereiken behandelaren ook niet altijd.  Ik herinner me mijn coschappen op een psychiatrische afdeling waarbij vragen die tijdens de overdracht naar boven kwamen, direct die dag door iemand (vaak de coassistent) werden uitgezocht in de literatuur. Je mocht er maximaal een uur mee bezig zijn en gaf de dag erna een terugkoppeling. Dat werkt enorm inspirerend, voor zowel onderzoekers als behandelaren. Zulke kruisbestuiving is belangrijk, om elkaar verder te helpen.

Ik merk dat behandelaren vaak moeite hebben met onderzoeksprotocollen. Dat terwijl er niets mis mee is om tegen je patiënt te zeggen ‘vanwege een groter belang willen we jou graag volgen gedurende je behandeling’, en dat vervolgens te doen. Volgens mij geeft dat als behandelaar ook vertrouwen in wat je aan het doen bent. In de somatiek is dit vaak beter geïntegreerd. Het zou mooi zijn als dat in het psychotraumawerkveld ook vanzelfsprekender wordt. Dat probeer ik in mijn eigen werk ook mee te nemen.

  1. Hoe zie je de relatie tussen wetenschap en kliniek binnen het psychotraumaveld en/of jouw vakgebied?

Er ligt nog veel open. Wij psychotrauma-onderzoekers staan vaak vrij ver bij het ziekenhuis vandaan, waardoor onderzoeken gecombineerd met beeldvorming of biomarkers beperkt is. In dat veld valt eer te behalen. De ongrijpbare factoren waarom sommige mensen wel last krijgen van een gebeurtenis en anderen niet. En ook omgekeerd: waarom een individu bijvoorbeeld in zijn beroep heel veel kan verdragen, tot één specifieke gebeurtenis die klachten veroorzaakt. Dit zijn vragen die steeds beter onderzocht worden. Op termijn zal dat ook invloed gaan hebben op de klinische praktijk.

  1. Zijn er nog andere dingen die je aan psychotraumatherapeuten en onderzoekers wil meegeven?

Tot slot wil ik wel zeggen dat psychotraumatherapeuten erg veel ellende aanhoren. Het is belangrijk dat ze de impact daarvan op henzelf niet wegmaken, bijvoorbeeld vanwege het belang er voor de patiënt te willen zijn. Ja, het is belangrijk en mooi werk, maar soms ook echt heftig. Sommige dingen blijven langer hangen dan andere, en het kan je wereldbeeld ook beïnvloeden.

Mijn advies is: deel het met collega’s, en zorg écht goed voor jezelf. Vind jezelf en je welzijn minstens zo belangrijk als dat van je patiënt. Anders hou je het niet lang vol.

Juist die lange ervaring is ook heel veel waard, daar leren we allemaal weer van. Dus maak ruimte voor intervisies en zelfzorg, en vraag daar ook om. Zo kun je anderen uiteindelijk efficiënter helpen.

Maar ook: voel je niet verantwoordelijk voor zaken buiten jouw expertise en cirkel van invloed, probeer dat juist zo snel mogelijk weer los te laten. Ik denk dat veel overbelasting in dit vak kan ontstaan door verantwoordelijkheidsgevoelens op de verkeerde onderwerpen; blijf je steeds beperken tot dat wat je vak is. Andere zaken kun je uitbesteden aan organisaties die dát als expertise hebben. Als die tekortschieten is dat heel verdrietig, maar dat mag niet maken dat je als behandelaar niet meer goed functioneert. Ik zeg dit vanuit mijn ervaring met het behandelen van vluchtelingen, maar denk dat het op veel andere behandelingen ook van toepassing is.

CategoryNB-Apr20, Nieuwsbrief
© 2020 NTVP - All Rights Reserved