NtVP Interview Sanne Houben: ‘EMDR kan leiden tot pseudoherinneringen’

Door: Chris Hoeboer

‘Het wordt problematisch als er tijdens therapie een pseudoherinnering ontstaat, bijvoorbeeld aan seksueel misbruik, en de patiënt op basis van deze herinnering een rechtszaak start. Dit kan namelijk resulteren in een onjuiste veroordeling.’ vertelt Sanne Houben, promovendus bij de Universiteit van Maastricht en KU Leuven, over de implicaties van haar onderzoek. Sanne doet onderzoek naar de geheugeneffecten van EMDR samen met Prof. Harald Merckelbach, Prof. Henry Otgaar en Dr. Jeffrey Roelofs. Ze onderzochten door middel van twee experimenten of oogbewegingen, zoals gebruikt tijdens EMDR, spontane pseudoherinneringen ontlokken. Dit bleek inderdaad het geval te zijn. Met alle gevolgen van dien wanneer dit in een rechtszaak wordt gebruikt als bewijs. Recent publiceerden ze een artikel over hun bevindingen in het journal ‘Behaviour, Research and Therapy’

 

Pseudoherinnering: herinnering aan een gebeurtenis die niet heeft plaatsgevonden

Allereerst ben ik benieuwd hoe je op het idee bent gekomen om het effect van EMDR op het geheugen te onderzoeken.
Mijn promotieonderzoek is gestart naar aanleiding van enkele zaken bij de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ), een expertisegroep die als taak heeft om in een vroeg stadium aangiften van seksueel misbruik te beoordelen. Met de populariteit van EMDR is het aantal zaken waarbij EMDR een rol speelt toegenomen. Bij een aantal van deze zaken werden er vraagtekens gezet bij deze therapie, omdat tijdens of ná de therapie herinneringen aan seksueel misbruik ontstonden die er voor aanvang van therapie niet waren en op basis hiervan aangifte is gedaan. Het is onduidelijk of het dan gaat om een authentieke herinnering, of om een pseudoherinnering. Als het gaat om een pseudoherinnering, is een mogelijk gevolg hiervan dat iemand onterecht veroordeeld wordt en het dus leidt tot een rechterlijke dwaling.

Zou je kort iets kunnen vertellen over jullie experimenten en de belangrijkste uitkomsten?
In twee experimenten hebben we onderzocht of oogbewegingen, zoals gebruikt tijdens EMDR, spontane pseudoherinneringen ontlokken. Dit hebben we gedaan door woordenlijsten aan proefpersonen te presenteren met woorden die met elkaar geassocieerd zijn. Bijvoorbeeld: ‘wapen, bloed, politie, dood’, etc. Deze woorden zijn ook gerelateerd aan het woord ‘moord’, maar dit woord wordt niet gepresenteerd. Vervolgens moesten de proefpersonen vertellen welke woorden ze zich nog herinnerden en aangeven welke woorden ze herkenden in een woordenlijst. Een deel van de proefpersonen moest oogbewegingen maken zoals tijdens EMDR wordt gedaan tijdens het herinneren van de woorden. Als proefpersonen zich dan vervolgens het woord ‘moord’ wél herinneren, spreken we van een spontane pseudoherinnering: een onjuiste herinnering die je brein op basis van associaties heeft gemaakt.

We hebben ervoor gekozen om te onderzoeken of er directe effecten zijn van EMDR (Experiment 1) en na 48 uur (Experiment 2). We hebben naar de effecten na 48 uur gekeken omdat informatie dan is opgeslagen in het langetermijngeheugen. Wanneer we oude herinneringen ophalen na die periode, herinneren we ons niet wat origineel is gebeurd, omdat het geheugen kwetsbaar is. Het opnieuw opslaan van herinneringen noemen we ook wel reconsolidatie van het geheugen. We vonden direct na het zien van de woorden geen verschil tussen mensen die wel en geen EMDR hadden gekregen, maar na 48 uur zagen we dat mensen uit de EMDR-groep zich meer juiste woorden wisten te herinneren en tegelijkertijd meer pseudoherinneringen hadden aan woorden die ze nooit hadden gezien.

Waardoor zou het verschil tussen het effect van EMDR op de korte en lange termijn kunnen komen?
Dit kan komen door het reconsolidatie proces. Er is dan een bepaalde tijd verstreken waarbij ze de woorden de eerste keer hebben opgeslagen en weer moeten terughalen. In deze tijd kunnen bepaalde geheugensporen verzwakken, waardoor men minder goed onderscheid kan maken tussen wat wel en niet gepresenteerd is.

Betekent het ontbreken van een effect van EMDR op de korte termijn dat therapeuten zich geen zorgen hoeven te maken over onjuiste herinneringen die opkomen tijdens de behandelsessie zelf?
Aangezien ons onderzoek juist laat zien dat op lange termijn meer pseudoherinneringen ontstaan, zou ik niet stellen dat therapeuten zich dan minder zorgen hoeven te maken over herinneringen die opkomen tijdens de sessie zelf, integendeel. Hoe meer tijd er tussen de gebeurtenis en ophaalpoging zit, des te groter is de kans om een pseudoherinnering te ontwikkelen. Door de tijd vervagen bepaalde geheugensporen en kan men zich niet meer alle details exact herinneren. Ik denk dat het vooral van belang is dat therapeuten opletten als er een nieuwe herinnering naar boven komt tijdens therapie.

Wat zijn de belangrijkste implicaties van jullie onderzoek voor de klinische praktijk?
Uit ons onderzoek blijkt dat na het maken van oogbewegingen, proefpersonen meer correcte herinneringen én meer pseudoherinneringen rapporteerden. In de praktijk betekent dit dat het mogelijk is dat patiënten bepaalde herinneringen kunnen hebben aan een gebeurtenis omdat deze geassocieerd is met wat er werkelijk gebeurd is, maar die zelf niet heeft plaatsgevonden.

Wat betekenen jullie resultaten praktisch voor de traumatherapeut die EMDR wil gebruiken. Wat zijn de do’s en don’ts?
EMDR is zeer effectief in het verlagen van de emotionaliteit en levendigheid van negatieve autobiografische herinneringen. Ons onderzoek laat alleen zien dat EMDR kan leiden tot pseudoherinneringen. Ik denk dat het voor therapeuten belangrijk is om alleen te werken met herinneringen die er voor aanvang van de therapie al zijn, en hier als het ware een lijstje van te maken. Mochten er tijdens de therapie herinneringen naar boven komen, dan worden deze geparkeerd en wordt er verder niets mee gedaan. Vaak zie je dat deze herinneringen naarmate de therapie vordert ook weer afzwakken. Mochten deze nieuwe herinneringen er toch nog zijn aan het einde van de therapie en heeft de patiënt hier last van, dan kan een therapeut deze behandelen. De therapeut dient de patiënt er dan wel op te wijzen dat deze nieuwe herinnering mogelijk een pseudoherinnering is.

Bij EMDR worden oogbewegingen soms afgewisseld of gecombineerd met geluiden, spellingstaken, rekensommen of buzzers. Denk je dat het combineren van verschillende modaliteiten van het werkgeheugen invloed heeft op het effect van EMDR op onjuiste herinneringen?
Daar hebben we op dit moment nog geen onderzoek naar gedaan. We hebben ons nu vooral gericht op de initiële modaliteit van EMDR (oogbewegingen), maar gezien de praktische uitvoeringen zou het wel interessant zijn om te kijken of andere taken hetzelfde effect hebben op pseudoherinneringen.

Denk je dat het risico van EMDR op het ontstaan van onjuiste herinneringen specifiek is voor EMDR, of is dit iets dat bij andere trauma therapieën zoals imaginaire exposure ook kan spelen?
Ik denk niet dat dit risico specifiek is voor EMDR. Bijvoorbeeld bij Imagery Rescripting wordt de traumatische ervaring herschreven in een meer wenselijke situatie dan daadwerkelijk gebeurd is. Hierbij geef je als het ware ook misinformatie, en het is onduidelijk wat er dan met het geheugen gebeurt.

Welk vervolgonderzoek is er nu nodig om de gaten in onze kennis over het effect van EMDR op het geheugen verder op te vullen?
Laat ik vooropstellen dat het altijd belangrijk is om bepaalde resultaten te repliceren. Daarnaast zou onderzoek bij een klinische populatie ook meer informatie geven over het vormen van pseudoherinneringen bij patiënten die een traumatische ervaring hebben meegemaakt.

Tenslotte, zijn er nog andere dingen die je graag mee wilt geven aan trauma therapeuten?
Therapeuten doen niet aan waarheidsbevinding. Het wordt echter problematisch als er tijdens EMDR een nieuwe pseudoherinnering ontstaat, bijvoorbeeld aan seksueel misbruik. Zeker wanneer de patiënt op basis van deze herinnering een rechtszaak start. Dit kan namelijk resulteren in schade voor de patiënt (die onterecht denkt dat er seksueel misbruik heeft plaatsgevonden) en een onjuiste veroordeling. Therapeuten moeten zich dus realiseren welke gevolgen dit kan hebben. Het is belangrijk dat therapeuten werken met herinneringen die er voor aanvang van therapie al zijn, maar terughoudend/waakzaam zijn met herinneringen die ontstaan tijdens de therapie. Zij dienen de patiënt ook te informeren over de mogelijkheid op een pseudoherinnering door de EMDR en wat hiervan de gevolgen kunnen zijn.

CategoryNieuws
© 2020 NTVP - All Rights Reserved