Het corona-jaar van kersverse hoogleraar Marit Sijbrandij

Geschreven door: Anne de Graaff, promovenda bij de afdeling Klinische, Neuro- en Ontwikkelingspsychologie, Vrije Universiteit Amsterdam

In januari 2021 werd voormalig NtVP-bestuurslid Marit Sijbrandij benoemd tot hoogleraar Klinische Psychologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam. Het echte feest voor deze benoeming moet nog gevierd worden – typisch iets voor zodra het weer kan. Voorlopig schrijft, onderzoekt en begeleidt Marit nog vooral vanachter haar bureau in de achtertuin. Daar werd een paar jaar geleden een muziekruimte voor de musicerende gezinsleden geplaatst. Inmiddels heeft het drumstel plaats moeten maken voor een bureaustoel, en de muzieknoten voor statistiek.

Voor de NtVP nieuwsbrief interview ik mijn promotor over haar recentelijke onderzoeken en plannen voor de toekomst. Maar eerst, Marit, hoe heb je (de veranderingen) het afgelopen jaar beleefd?

Net als voor iedereen op de universiteit was het voor mij ook van de een op de andere dag in maart vorig jaar thuiswerken. De hele dag Zoomvergaderingen, en ook de colleges moesten opeens allemaal online. Maar dat ging eigenlijk allemaal vrij goed. Het was ook leuk om iedereen in zijn eigen omgeving te zien, en soms ook partners of familieleden door het beeld te zien schuiven. Wat ik wel mis, is het praatje bij het koffieapparaat, met de collega’s met wie ik geen lopende projecten heb. Ik zie er dan ook erg naar uit weer terug te gaan naar mijn werkplek op de universiteit.

 Tijdens de eerste lockdown schreef je gelijk een onderzoeksvoorstel voor de Europese Unie om onderzoek te doen naar de mentale effecten van de COVID-19 pandemie. Dat onderzoek, RESPOND, is gehonoreerd en inmiddels al een paar maanden geleden van start gegaan. Wat wordt er precies in het RESPOND project onderzocht?

In RESPOND onderzoekt de VU samen met 14 onderzoekspartners uit Europa de gevolgen van de COVID-19 pandemie op het mentaal welzijn van de algemene bevolking in Europa en specifieke kwetsbare groepen, zoals zorgverleners in ziekenhuizen en verpleeghuizen, maar ook arbeidsmigranten en daklozen.

We willen onder andere te weten komen: In hoeverre hebben deze groepen mensen nu langdurig last van de pandemie? En welke groepen mensen herstellen goed ondanks de stressoren?

In drie gebieden (Zweden, Lombardije in Italië en Barcelona in Spanje) onderzoeken we in de officiële gezondheidsregisters de negatieve gezondheidseffecten van COVID-19 op psychiatrische stoornissen en zorggebruik, en de relatie met de lockdown maatregelen. Maar ook onderzoeken we de economische effecten van COVID-19 in relatie tot die (negatieve) gezondheidseffecten.

Daarnaast evalueren we of zogenaamde ‘stepped care’, een combinatie van twee laag-intensieve psychologische interventies, effectief is in het verminderen van veelvoorkomende psychische klachten bij die specifieke groepen, zoals zorgmedewerkers in ziekenhuizen in Spanje, daklozen in Frankrijk, en migranten in Nederland en Italië.

 Wat houden deze laag-intensieve psychologische interventies in?

De WHO heeft verschillende laag-intensieve interventies ontwikkeld die gericht zijn op het verminderen van veelvoorkomende stressklachten bij volwassenen die te maken hebben (gehad) met stressvolle situaties. Wij combineren in RESPOND twee van die programma’s in een stepped care model: een app (‘Doing What Matters in times of stress’), die als eerste wordt gegeven. Deze smartphone app bevat elementen van mindfulness, aangevuld met oefeningen gericht op het verlagen van stress en het vinden van sociale steun. Als mensen daarna nog last hebben van angst of somberheid kunnen zij ook de tweede stap volgen, namelijk Problem Management Plus (PM+).

PM+ is een korte, transdiagnostische interventie gericht op het verminderen van veelvoorkomende psychische klachten, zoals depressie, angst en (post-traumatische) stressklachten. Varianten van deze interventies zijn eerder onderzocht bij vluchtelingen en migranten, en lijken veelbelovende opties voor het voorkomen en verminderen van stressklachten.

Eerder deed je ook onderzoek naar PM+…

Klopt. In 2013 was ik betrokken bij het opzetten en uitvoeren van de eerste onderzoekstrials naar PM+ in Pakistan en Kenia. Toen heb ik een tijdje bij de WHO gewerkt. In 2016 heb ik een Europees onderzoeksproject genaamd STRENGTHS opgezet voor onderzoek naar de effecten van PM+ bij Syrische vluchtelingen. We voeren in totaal zeven gerandomiseerde trials uit naar de effectiviteit van PM+ en andere laag-intensieve interventies bij Syrische vluchtelingen in Europa en het Midden-Oosten.

In Nederland onderzoeken we de effectiviteit van PM+ in het verminderen van die veelvoorkomende stressklachten bij Syrische vluchtelingen. PM+ wordt dan gegeven door getrainde helpers, dit zijn Syrische vluchtelingen die het PM+ programma in het Arabisch aan kunnen aanbieden. In een eerste, relatief kleine studie in Rotterdam, bij 60 vluchtelingen, hebben we hiermee hele positieve effecten gevonden. We doen nu een groter onderzoek naar de effecten van PM+ bij Arabisch sprekende vluchtelingen in Nederland, om te kijken of deze positieve effecten ook in deze bredere groep worden gevonden.

Tegelijk vinden binnen STRENGTHS vergelijkbare onderzoeken plaats op andere plekken in Europa: in Zwitserland, Turkije, Jordanië en Libanon, en onze Duitse collega’s onderzoeken een smartphone versie van PM+ in Duitsland, Zweden en Egypte. Volgend jaar verwachten we deze onderzoeken te hebben afgerond.

Is gedurende je carrière de focus van je onderzoek steeds meer verschoven richting laag-intensieve interventies, die minder specialistisch zijn?

De kern van mijn onderzoek is de effectiviteit van preventie van psychische klachten bij kwetsbare groepen. Ik ben ooit gepromoveerd op debriefing na traumatische gebeurtenissen om posttraumatische stress stoornis (PTSS) te voorkomen. Uit mijn promotieonderzoek bleek dat het voorkomen van PTSS heel lastig is. Voor mij blijft het een doel om effectieve interventies te vinden voor mensen die blootgesteld zijn aan negatieve levensgebeurtenissen en daardoor verhoogd kans hebben op psychische klachten.

Ik richt me dus niet alleen op laag-intensieve interventies. Ik wil interventies ontwikkelen en evalueren die krachtig zijn. Dat kunnen kortdurende programma’s zijn, voor een hele grote groep mensen die getroffen zijn door traumatische ervaringen (dus: schaalbare interventies); maar ook zeer specifieke en effectieve interventies, die misschien maar weinig mensen nodig hebben, maar wel ernstige klachten kunnen verhelpen.

Ik doe samen met collega’s bijvoorbeeld ook onderzoek naar patiënten die last hebben van suïcidale intrusies, ofwel herhalende en indringende beelden en gedachten aan zelfdoding. We onderzoeken of het uitvoeren van een duale taak (oogbewegingen) tijdens het ophalen van deze beelden helpt in het verminderen van suïcidale intrusies, en daarmee de kans op suïcidaal gedrag verkleint.

Je bent net hoogleraar geworden. Wat zijn je plannen voor de aankomende jaren?

Met mijn onderzoek hoop ik dat ik effectieve, en wereldwijd breed toepasbare psychosociale interventies kan ontwikkelen die mensen helpen om te herstellen in crisissen en na traumatische ervaringen. Ik wil mij vooral richten op de mensen die hiervoor het meest kwetsbaar zijn, die bovendien het minste toegang hebben tot effectieve zorg. Veel psychosociale interventies die wereldwijd worden aangeboden aan specifiek kwetsbare groepen, zoals vrouwen die slachtoffer zijn van gender-gerelateerd geweld, of in crisissituaties, zijn nooit op hun effectiviteit onderzocht. Ik vind dat alle mensen, waar ter wereld zij ook wonen, toegang zouden moeten hebben tot psychologische hulpverlening waarvan we door goed uitgevoerd onderzoek kunnen veronderstellen dat het bij hen werkt.

Maar ik wil ook onderzoek blijven doen naar specifieke mechanismen die kunnen verklaren waarom sommige mensen veel meer last houden van traumatische ervaringen dan anderen, zoals intra-individuele psychologische en biologische mechanismen, maar ook sociale en cultuurspecifieke factoren. Daar wordt door veel mensen, in het traumaveld en daarbuiten, natuurlijk al veel onderzoek naar gedaan. Maar dit meer fundamentele onderzoek, zeker als dat vanuit een multidisciplinair oogpunt gebeurt, kan belangrijke aanknopingspunten opleveren om nieuwe interventies te ontwikkelen, of bestaande verder te verbeteren.

© 2021 NTVP - All Rights Reserved