Het belang van het spreekrecht tijdens een rechtszaak – interview met Arlette Schijns en Maarten Kunst

Door Marjel Buiter (Onderzoeksassistent Rouw na Vliegramp MH17; Rijksuniversiteit Groningen) en Lonneke Lenferink (Assistant professor; Utwente/Bestuurslid NtVP)

In dit dubbelinterview vertellen Arlette Schijns en Maarten Kunst over hun kijk op de rechten van slachtoffers tijdens een rechtszaak.

Arlette Schijns treedt als advocaat op voor slachtoffers en nabestaanden van ernstige gewelds-, zeden- en verkeersmisdrijven. Momenteel treedt zij op voor veel nabestaanden in het MH17 strafproces. Naast haar praktijk verricht zij promotieonderzoek aan de VU naar de compensatie van misdrijfschade. Ook is ze plaatsvervangend voorzitter van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Maarten Kunst is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. In mei 2010 is Maarten gepromoveerd op het proefschrift met de titel “The Burden of Interpersonal Violence: examing the psychosocial aftermath of victimisation”. Momenteel verricht hij onderzoek naar de therapeutische en anti-therapeutische effecten van strafrechtelijke procedures op het geestelijk welbevinden van slachtoffers.


Op 9 maart 2020 is de rechtszaak tegen de vier verdachten die verantwoordelijk worden gehouden voor het neerhalen van vlucht MH17 begonnen. In de aanloop naar de rechtszaak is een wetenschappelijk onderzoek gestart naar de invloed van de rechtszaak op de emotionele gevolgen van nabestaanden. Zo wordt o.a. onderzocht wat de psychologische impact is van het uitoefenen van spreekrecht. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Marjel Buiter, Lonneke Lenferink, Paul Boelen, Jos de Keijser en Maarten Kunst en gefinancierd door Fonds Slachtofferhulp.


Hoe kijken jullie in het algemeen aan tegen de rol die het slachtoffer kan spelen in het rechtsproces door gebruikmaking van het spreekrecht?

Maarten: Ik vind deze vraag lastig te beantwoorden. Het strafrecht is primair gericht op de verdachte en om te voorkomen dat die geen eerlijk proces heeft, is het strafproces met allerlei waarborgen omkleed. Zo moet een getuige een eed afleggen om te voorkomen dat hij of zij liegt en heeft de verdachte of diens raadsman/-vrouw het recht om de getuige tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan de tand te voelen over de inhoud van zijn of haar verklaringen. Een slachtoffer dat gebruikmaakt van het spreekrecht hoeft echter geen eed af te leggen en kan evenmin aan een verhoor door de verdediging worden onderworpen. Vanuit het perspectief van het slachtoffer vind ik dit een goede zaak. Die moet zich naar mijn mening namelijk ongehinderd over de impact van het misdrijf kunnen uitlaten en mag wat mij betreft ook best iets zeggen over de straf die tegenover het ondergane leed moet staan.

Arlette: Het spreekrecht is  één van de belangrijkste rechten voor het slachtoffer in het strafproces. Alleen tijdens het spreekrecht heeft het slachtoffer zélf een stem in het proces. De rest van het proces is hij slechts een toehoorder in een toneelstuk waarin hij geen échte rol heeft. Tijdens het spreekrecht ervaart het slachtoffer dat zijn stem ertoe doet, dat hij invloed kan uitoefenen op het proces en op de beslissing van de rechter. In het kader van “procedurele rechtvaardigheid” is dat dus een heel belangrijk moment. Ook voor nabestaanden is het spreekrecht een belangrijk recht. Niet alleen zijzelf, maar ook hun overleden dierbaren krijgen op die dag een stem. Het spreekrecht draagt op die manier bij aan het bieden van erkenning aan het slachtoffer en de nabestaanden voor wat hen is overkomen.

Maarten: Tegelijkertijd kan het vanuit het perspectief van de verdachte onwenselijk zijn dat het slachtoffer de rechter(s) uitgebreid informeert over de gevolgen die het misdrijf voor hem of haar heeft gehad en zich uitlaat over de straf die volgens hem of haar moet opgelegd worden. Op het moment dat het slachtoffer gebruikmaakt van zijn of haar spreekrecht is de schuld van de verdachte namelijk nog niet in rechte komen vast te staan en is aan hem of haar nog geen straf en/of maatregel opgelegd. Hoewel hier weinig onderzoek naar is gedaan, valt niet uit te sluiten dat de rechter(s) zich door de uitlatingen van het slachtoffer onbewust laat beïnvloeden. Volgens de Hoge Raad mag dit niet, maar in zaken waarin de rechter nog niet helemaal overtuigd is van de schuld van de verdachte zou hij door de verklaringen van het slachtoffer over de streep kunnen worden getrokken en hier alsnog van overtuigd kunnen raken. Dit hoeft niet te betekenen dat de verdachte ten onrechte wordt veroordeeld, maar de kans op een onterechte veroordeling wordt er wel door vergroot. Het omgekeerde kan trouwens ook gebeuren: dat de rechter de verklaringen van het slachtoffer ongeloofwaardig vindt en hierdoor definitief niet overtuigd is van de schuld van de verdachte en hem/haar vrijspreekt.

Wat zijn, vanuit jullie perspectief, de voor- en nadelen van het uitoefenen van spreekrecht?

Maarten: Er is nauwelijks empirisch onderzoek gedaan naar de uitoefening van het spreekrecht, waardoor ik ook deze vraag niet makkelijk kan beantwoorden. Dit gezegd hebbende, biedt het spreekrecht slachtoffers en nabestaanden de kans om in de rechtszaal hun verhaal te doen. Als ze dit naar tevredenheid kunnen doen, zullen ze zich wellicht erkend en gehoord voelen. Maar het kan ook het ook zo zijn dat ze hier niet tevreden over zijn en dat ze zich juist secundair gevictimiseerd voelen, bijvoorbeeld omdat ze minder lang het woord mochten voeren dan ze zelf van plan waren of omdat de verdachte zich laatdunkend over hen uitlaat. En ten slotte sluit ik dus niet uit dat de gebruikmaking van het spreekrecht de besluitvorming van de rechter beïnvloedt en dat dit onrechtvaardig uitpakt voor de verdachte of het slachtoffer.

Arlette: Het spreekrecht kan ervoor zorgen dat er meer evenwicht komt in de verstoorde relatie tussen verdachte en slachtoffer. Het slachtoffer kan op dat moment enigszins de regie terugpakken over wat er is gebeurd. Dat creëert in mijn visie een belangrijk momentum in het herstelproces. Een nadeel is dat het moment in het strafproces waarop het spreekrecht wordt uitgeoefend, de verdachte nog niet schuldig is bevonden door de rechter. Het gaat in dat stadium nog om een verdachte, die vaak door een slachtoffer wordt toegesproken en beschouwd als de “dader”. Het spreekrecht kan dan spanning opleveren met de rechten van de verdachte. Een voorbeeld daarvan is de wijze waarop het spreekrecht werd uitgeoefend in de zaak van Nicky Verstappen, waar de nabestaanden vanaf de plaats in de rechtszaal mochten spreken waar het Openbaar Ministerie normaal gesproken zit. Dat is bij mijn weten nog niet eerder gebeurd in Nederland.

Hoe kijken jullie aan tegen het spreekrecht in het specifieke geval van de MH17-rechtszaak?

Arlette: Het strafproces in de MH17-zaak is in alle opzichten een unicum in Nederland. Dat geldt ook voor het spreekrecht. Ten eerste is er de hoeveelheid nabestaanden dat wil spreken. Tot nu toe hebben zich ongeveer 90 mensen gemeld die willen spreken. Het betekent dat de nabestaanden gedurende twee tot drie weken aan het woord zijn. Dat heeft zich nog niet eerder voorgedaan in een Nederlands strafproces.

Maarten: De verwachting is dat de rechtbank elke nabestaande ongeveer een half uur spreektijd geeft. Ik kan mij voorstellen dat sommige nabestaanden langer zouden willen spreken. Ik ben daarom benieuwd of de nabestaanden die het spreekrecht gaan gebruiken zich hierdoor achteraf erkend en gehoord voelen. En ook ben ik benieuwd hoe de nabestaanden –  ook degenen die geen gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht – de gebruikmaking van dit recht door andere nabestaanden ervaren. Herkennen zij zich in hun verhalen of juist niet, en waarom dan niet?

Arlette: Daarnaast speelt de internationale dimensie een rol: nabestaanden van over de hele wereld zullen spreken, van Maleisië tot Australië en van Nieuw Zeeland tot België. Het spreekrecht is bovendien voor iedereen ter wereld te volgen via een livestream. Daaraan kleeft ook een keerzijde. De grote internationale (media-)aandacht kan voor sommige nabestaanden betekenen dat zij afzien van het uitoefenen van het spreekrecht. Zij willen om allerlei redenen niet via een livestream over de hele wereld te zien of te horen zijn. Dat zij om die reden afzien van hun spreekrecht is begrijpelijk, maar ook spijtig. De helende kracht die het spreekrecht in potentie kan hebben voor het slachtoffer, de verdachte en de samenleving als geheel, wordt dan niet optimaal benut.

Er bestaat veel discussie over de invloed die slachtoffers mogen hebben tijdens een strafproces, waaronder de uitbreiding van het spreekrecht. Wat is jullie mening hierover?

Arlette: Ik vind het goed dat een slachtoffer niet langer beperkt is in de onderwerpen die hij in zijn spreekrecht mag aanraken. Hij mag het hebben over de gevolgen van het misdrijf, maar ook over de persoon van de verdachte en de op te leggen straf. Mijn ervaring is dat veel slachtoffers het spreekrecht bij zichzelf houden en vertellen hoe het misdrijf hun leven voorgoed heeft getekend. Er zijn ook slachtoffers die het spreekrecht gebruiken om hun woede en verdriet richting de verdachte te uiten. Dat is begrijpelijk. Toch zit daar een spanning met de rechten van de verdachte, die nog niet schuldig is bevonden. Ik merk echter in de praktijk dat slachtoffers heel goed beseffen dat als ze de verdachte teveel als dader aan de schandpaal nagelen, hun boodschap minder goed overkomt. Ik merk de laatste tijd dat rechters in die gevallen ingrijpen, en aan het slachtoffer vragen zijn of haar toon te matigen. Mijn indruk is dat de praktijk goed in staat is deze “uitschieters”, waar het spreekrecht uit de bocht vliegt zou je kunnen zeggen, in goede banen te leiden. Daar ligt ook een belangrijke taak voor de advocaat en voor degene die vanuit Slachtofferhulp de spreker begeleidt.
Over de uitbreiding dat de verdachte van bepaalde delicten verplicht aanwezig moet zijn tijdens het spreekrecht, ben ik minder lovend. Ik denk dat het heel persoonlijk is of een slachtoffer juist wel of niet in aanwezigheid van de verdachte wil spreken.

Maarten: Zoals ik eerder opmerkte, weten we vanuit empirisch onderzoek nog erg weinig over de vraag hoe de uitoefening van het spreekrecht voor slachtoffers en verdachten uitpakt. Ik vind het belangrijk dat we eerst zicht hebben op de effecten die gebruikmaking van de bestaande rechten kunnen sorteren, alvorens we nieuwe rechten introduceren. De meeste van deze rechten ontberen een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing. Zowel vanuit het perspectief van slachtoffers en nabestaanden als vanuit het perspectief van verdachten, is het belangrijk om hier verandering in te brengen.

© 2021 NTVP - All Rights Reserved