“Herstel is niet de afwezigheid van klachten of ‘ongezond’ gedrag, maar kunnen leven met liefde, en met liefde leven” – Interview met Anne Marsman

Door Naemi Welter, Masterstudente Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden.

Anne Marsman is psycholoog, in opleiding tot lichaamsgericht traumatherapeut en gepromoveerd op onderzoek naar de lange termijn gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd. In haar proefschrift ‘Beyond dis-ease and dis-order’ combineerde ze wetenschappelijke kennis met haar eigen ervaring met trauma en psychische klachten, en benadrukte ze de rol van het lichaam in de relatie tussen deze twee.

Je hebt net je PhD aan de Universiteit Maastricht afgerond en je proefschrift ‘Beyond dis-ease and dis-order: exploring the long-lasting impact of childhood adversity in relation to mental health’ verdedigd. Gefeliciteerd! Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift die je graag met onze leden wil delen?

Mijn proefschrift toont aan dat ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd lange termijn gevolgen kunnen hebben op latere (mentale) gezondheid en welbevinden, wat het uiterst belangrijk maakt om deze niet alleen te identificeren, maar ook adequaat te adresseren. In de klinische praktijk betekent dit dat er routinematig gevraagd zou moeten worden naar ingrijpende gebeurtenissen in iemands geschiedenis, maar ook dat hulpverleners meer kennis moeten hebben van deze gevolgen, en hoe die zich kunnen uiten.

Een ander belangrijk aspect dat mijn proefschrift belicht, is het gegeven dat wat wij als ziekte (disease) en stoornis (disorder) opvatten en behandelen, niet op de laatste plaats vooral een uiting van onrust (dis-ease) en wanorde (dis-order) is.

In andere woorden: de ziekten en stoornissen in het volwassen leven, zijn mogelijk het best te begrijpen als een gevolg van wat zich eerder in het leven heeft afgespeeld.

Dit vraagt om een fundamenteel andere benadering en behandeling van psychische aandoeningen en daarmee gepaard gaande ‘ongezond gedragingen’ als roken, drinken en overeten. Mijn proefschrift beschrijft een dergelijke benadering.

Tenslotte ondersteunt mijn proefschrift het idee dat ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd niet alleen impact hebben op de psyche, maar ook op het lichaam. Verondersteld wordt dat deze impact voor een aanzienlijk deel via het lichaam beleefd wordt, bijvoorbeeld als verhoogde stress gevoeligheid en verhoogde stress reactiviteit. Voor behandeling van psychische aandoeningen betekent dit dat deze niet alleen cognitief moet worden ingestoken (veelal de ‘gouden standaard’), maar dat er ook meer gebruik gemaakt zou moeten worden van lichaams- en ervaringsgerichte methodieken die juist ook het lichaam adresseren.

De belangrijkste bevinding vind ik persoonlijk het gegeven dat ik de langdurige gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd heb aangetoond binnen een algemene populatie. Een populatie van de straat dus in feite, die allemaal niet dermate getraumatiseerd waren dat ze daar in hun leven op zijn vastgelopen. En toch hebben we die lange termijn gevolgen gevonden. Mij zegt dat, dat wanneer ik mijn onderzoeken met een klinische populatie zou doen (bijvoorbeeld mensen met PTSS), dat dat waarschijnlijk nog veel grotere effecten oplevert.

In je proefschrift heb je het over ‘adversity’ en niet over ’trauma’. Wat is de reden daarvoor?

In mijn proefschrift wilde ik vooral de nadruk leggen op de langdurige gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen. Gebeurtenissen, of ervaringen, die zeer divers kunnen zijn (bijvoorbeeld emotionele verwaarlozing, misbruik of opgroeien met een ouder met psychische problemen) maar met elkaar gemeen hebben dat het om zeer stressvolle en overweldigende gebeurtenissen gaat. Daar past de term ‘adversity’ voor mijn gevoel het beste bij. Daarnaast wilde ik wegblijven bij de discussie over wat nu trauma is en wat niet, en vooral focussen op de aspecten van stress en overweldiging. Over de definitie van trauma, en wat onder trauma verstaan mag worden, is in de wetenschappelijke literatuur namelijk behoorlijk wat discussie. Ga je bijvoorbeeld uit van de definitie van trauma zoals vermeld in de DSM als criterium voor PTSS, dan valt bijvoorbeeld emotionele verwaarlozing en opgroeien met een ouder met psychische problemen af, terwijl dat toch diepe sporen achter kan laten en voor velen wel degelijk als traumatisch is (en wordt) ervaren. Uiteindelijk is trauma iets heel persoonlijks en het is niet de objectieve gebeurtenis, maar de subjectieve beleving die in feite bepaald wat trauma is en wat niet. Ga dat maar eens objectiveren…

Welke bevindingen uit je onderzoek neem je mee in de klinische praktijk?

De bevinding dat ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd langdurige gevolgen kunnen hebben, is natuurlijk niet nieuw. Het benadrukt vooral opnieuw dat we ons er altijd van bewust moeten zijn dat klachten (ook de lichamelijke!) in het hier en nu ook een gevolg kunnen zijn van iets dat al veel langer geleden heeft plaatsgevonden, en dat het dus belangrijk is om een geschiedenis te kennen om klachten echt goed te kunnen duiden. Wel nieuw aan mijn onderzoek is het ‘bewijs’ dat deze langdurige gevolgen ook daadwerkelijk in het lijf kunnen zitten en op het niveau van spierspanning gemeten kunnen worden als je mensen onder stress zet. Voor de klinische praktijk betekent dit wat mij betreft dat we echt veel meer aandacht moeten hebben voor het lijf, en voor de impact van ingrijpende gebeurtenissen op/in/aan het lijf. Zeker als je specifiek met trauma werkt, maar eigenlijk ook veel breder.

Je eigen zenuwstelsel, stress en emoties gezond kunnen reguleren zijn essentiële vaardigheden voor zowel lichamelijk als mentaal welzijn. Waar dat niet goed lukt, ontstaan vaak allerlei lichamelijke en psychische klachten.

Jezelf, je systeem kunnen reguleren is geen puur cognitieve aangelegenheid, je hebt er het lijf en voldoende verbinding en afstemming met dat lijf voor nodig. Dat vraagt in mijn optiek dus om een meer lichaamsgerichte benadering die iemand niet alleen op het hoofd aanspreekt, maar juist ook op het lijf.

Je bent jarenlang hoofdredacteur geweest bij psychosenet.nl. Op dit platform heb je ook je persoonlijke verhaal over je ervaring met een eetstoornis en depressie gedeeld. Daarin beschrijf je dat herstel misschien wel helemaal niet bestaat, maar dat je vooral geleerd hebt om jezelf te begrijpen en te accepteren voor wie je bent. Hoe heb je dat geleerd? Pas je deze bewustwording ook toe binnen je werk?

Ik was dertien toen ik voor het eerst een depressie en eetstoornis ontwikkelde. Dat kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Ik had een heftig jaar achter de rug met mijn beste vriendinnetje die zelfdestructief en periodes ook suïcidaal was. Ze had mij in vertrouwen genomen en laten beloven er met niemand over te praten, dat deed ik dus ook lang niet. Achteraf gezien had ik veel eerder hulp moeten inschakelen, dat jaar heeft me veel gedaan. Wat me nog veel meer deed, was het moment dat onze vriendschap na dat jaar plotsklaps beëindigd werd. Ze vertrok en liet me achter. Het intense gemis en de totale verwarring over wat er nu gebeurd was, waarom ze me zonder uitleg min of meer had ‘gedumpt’, nekte me totaal. Wat absoluut niet hielp, is dat er in de jaren daarna opnieuw allerlei heftige dingen gebeurden en er geen aandacht was voor de impact ervan. Thuis niet, maar ook vanuit school niet. Ik probeerde me koest te houden en niet tot extra last te zijn, maar voelde me heel slecht. Die eetstoornis was daar een uiting van, en vooral ook een poging om alle spanning en emotie een beetje te reguleren. Voor mijn gevoel kon ik destijds geen kant op met wat me overkwam, hoe ik me voelde. Terugkijkend vind ik het niet meer dan logisch dat ik me in die tijd letterlijk en figuurlijk heb afgezet tegen mezelf, tegen mijn lijf, er de strijd mee aan ben gegaan. En als je dat pad eenmaal in bent geslagen, bepaalde strategieën hebt ontwikkeld die ‘helpen’, dan is het ook niet vreemd dat je daar steeds opnieuw naar teruggrijpt als je opnieuw met lastige, of ronduit traumatische, dingen wordt geconfronteerd. En dat werd ik steeds opnieuw, in de jaren die volgde. Het een was nog niet gebeurd, of het volgende diende zich aan.

Ik was 17 toen ik voor het eerst in behandeling ging, 27 toen ik dat stuk op PsychoseNet schreef. Bijna 10 jaar hulpverlening en verschillende life events verder, en die eetstoornis was er in feite nog steeds. Anders, maar door de ogen van de DSM gezien, nog steeds. Op zich had ik best goede behandelingen gehad, maar ook gewoon de pech dat er eigenlijk altijd wel iets aan de hand was om mij heen. In rustig vaarwater leefde ik nauwelijks, en dat hielp qua ‘herstel’ bepaald niet mee. Het moment dat ik meer begon te accepteren dat somberheid bij mij hoort, dat die eetstoornis niet zozeer een ‘disorder’ is als wel een begrijpelijke reactie op de ‘dis-order’ in mij en om mij heen, en dat beide er mogen zijn, was helpend. Minder strijd en afkeuring van mezelf, meer begrip en acceptatie.

Ik besefte me dat herstel niet statisch, maar dynamisch is. Dat het niet de afwezigheid van klachten of ‘ongezond’ dan wel ‘ongewenst’ gedrag is, maar: ‘kunnen leven met liefde, en met liefde leven, vooral’.

De toepassing van deze bewustwording zit hem denk ik vooral in hoe ik überhaupt naar psychische aandoeningen en klachten kijk. Met de DSM kan ik weinig, al die classificaties zeggen me niet zoveel. Ik vind het veel interessanter om erachter te komen wat iets voor iemand betekent, wat de functie is van bepaald gedrag, de eigen betekenisgeving. En, heel belangrijk, me blijven beseffen dat iemands ‘probleem’ ook een oplossing kan zijn voor het daadwerkelijke probleem dat soms verscholen blijft. Erkennen dat bijvoorbeeld eetgestoord gedrag ook functioneel kan zijn (geweest) in een bepaalde context, kan heel helpend zijn. Het niet afkeuren, maar duiden en begrijpen, en van daaruit zoeken naar een andere weg.

Op je persoonlijke blog omdatikjezeggenwil.nl deel je ontzettend mooie, persoonlijke en inspirerende verhalen en poëzie. Waar haal je de inspiratie voor je blog vandaan?

Ha, mooie vraag. Die inspiratie haal ik uit mezelf, mijn eigen leven, eigen ervaringen. Ik hou enorm van taal en woorden, en van meer zeggen met minder. De poëzie die ik schrijf, is vaak dubbelzinnig en soms een tikkeltje ongrijpbaar. Wie tussen de regels door kan lezen, haalt er vaak nog veel meer uit dan er op het eerste gezicht staat. Ik hou daarvan, dat multi-interpretabele. Wat betreft de verhalen en blogs die ik schrijf, heb ik in de afgelopen jaren de gewoonte ontwikkeld om in de tweede persoon te schrijven, vooral als het over persoonlijke of lastige onderwerpen gaat. Ik vind dat prettig, het helpt me om soms letterlijk wat afstand te nemen van waar ik middenin zit, om beter te kunnen begrijpen wat er gebeurt, wat ik nu eigenlijk voel. Ik hoor vaak van mensen dat ze herkennen wat ik schrijf, dat het hun eigen woorden hadden kunnen zijn geweest. Ik denk dat door in de tweede persoon te schrijven, het ook makkelijker dichterbij komt voor een ander dan wanneer het expliciet over ‘ik’ gaat. Voor mij een manier om kwetsbaarheid en veiligheid te combineren.

Welke ontwikkelingen zou je in de toekomst graag zien binnen het psychotraumaveld maar ook binnen de psychologie in het algemeen?

Binnen de psychologie en psychiatrie in het algemeen zou ik echt heel graag zien dat het ‘DSM-denken’ onze praktijk niet meer zo blijft domineren, en we massaal gaan erkennen dat die classificaties ook maar classificaties zijn. Ze kunnen een doel dienen, maar representeren zeker niet ‘de waarheid’. Ieder mens is uniek, elke depressie, psychose of eetstoornis is anders, en de wegen naar Rome kunnen legio zijn. Biologisch, psychologisch en/of sociaal van aard. We moeten echt af van een systeem waarin je alleen maat 35 en 43 kunt krijgen, en je in het geval van alle tussenliggende maten dus in te kleine, te grote, of helemaal geen schoenen loopt. Dat vraagt dus om een beweging naar meer persoonlijke diagnostiek, en een veel breder behandelaanbod dan alleen die van de twee standaardmaten.

Wat betreft het psychotraumaveld, zou ik echt graag zien dat niet overal alleen maar EMDR en/of exposure op los wordt gelaten (en soms ook veel te vroeg in een proces), maar veel beter en breder wordt aangesloten bij het individu en zijn of haar unieke verhaal.

Ik ontken absoluut niet dat het effectieve methoden kunnen zijn, maar vind dat er vaak behoorlijk wat nuancering mist in hoe effectief, en voor wie dan. Het is echt een illusie te denken dat je langdurig en complex trauma alleen met EMDR kunt behandelen, daar is in mijn optiek vaak echt veel meer voor nodig, alleen dat aanbod is er nauwelijks, of kost je klauwen vol geld. Ik pleit voor meer lichaams- en ervaringsgerichte behandelingen binnen het psychotraumaveld, omdat ik, en velen met mij, ervan overtuigd zijn dat trauma juist ook heel veel met het lijf doet en te maken heeft. En het dus ook op dat niveau geadresseerd en behandeld moet worden. Die behandelingen zijn weliswaar niet evidence based, maar zeker wel experiences based. Ik hoop echt dat de tijd komt dat we daar de waarde van in gaan zien, en er vooral ook voldoende tijd en ruimte komt die een goede traumabehandeling nodig heeft.

Los van het behandelaanbod, zou ik ook graag zien dat er meer en vooral bredere aandacht komt voor de impact die trauma kan hebben, op alle levensgebieden. Voor mijn gevoel wordt trauma vaak gelijkgesteld aan PTSS (die je vervolgens met EMDR behandelt), en zijn het vooral de klassieke PTSS-symptomen waar in behandeling op wordt gefocust. Die zijn absoluut naar en belangrijk om te behandelen, maar de impact gaat vaak veel verder. Gebrek aan zelfvertrouwen, eigenwaarde, moeite met intimiteit en/of sociale relaties, geen of een slechte relatie met je lijf, je nergens thuis voelen, je nergens veilig (kunnen) wanen, en niet te vergeten ook de rouw om alles wat je is ontnomen dan wel is aangedaan, en hoe dat je leven heeft gevormd, dan wel beschadigd. Wezenlijke zaken die aandacht verdienen, maar vooral ook nodig hebben om te herstellen na trauma(‘s).

CategoryNB-Dec21, Nieuwsbrief
© 2022 NTVP - All Rights Reserved