Gelukkig weten we meer over het geheugen dan 25 jaar geleden

Nadat schrijfster Griet op de Beeck eind september op televisie over haar incest-verleden vertelde was het thema “hervonden herinneringen” weer even volop in het nieuws. Diverse kranten interviewden psychologen die zich met het geheugen bezighouden over waarom we herinneringen aan seksueel misbruik in de kindertijd die pas na decennia opduiken moeten wantrouwen. Anderen vonden zulke scepsis kwetsend omdat het slachtoffers de moed om te spreken ontneemt.

Het debat dat in de jaren 90 over deze kwestie woedde leek weer helemaal terug. Zo schreef de Ombudsman van dagblad Trouw (6 oktober) “Therapeuten en academici voeren al jaren discussie erover, zonder overtuigend bewijs voor het een of het ander.” Alsof we in pakweg 25 jaar geen steek zijn opgeschoten en iedereen nog steeds zijn gelijk kan claimen. Gelukkig is in de tussentijd toch heel wat meer bekend geworden over hoe het geheugen werkt.

Allereerst: we vergeten meer dan we onthouden en dat is handig. Veel van wat we in het verleden hebben meegemaakt hebben we in het dagelijks leven gewoon niet nodig. Vergeten ervaringen zijn niet noodzakelijkerwijs helemaal weg. Wie bijvoorbeeld terug gaat naar plekken uit de jeugd kan worden overspoeld door vergeten gewaande gebeurtenissen. Ook door emotionele en zelfs seksueel misbruik ervaringen. Herinneren is reconstrueren van het verleden. We kunnen ons daarom soms ook vergissen en ons iets herinneren dat niet is gebeurd. Door hoe het geheugen werkt vergeten we dus veel van wat echt is gebeurd, maar kunnen we ook als echt voelende herinneringen hebben aan dingen die niet zijn gebeurd. Dat geldt ook voor emotionele herinneringen, en er is geen reden om aan te nemen dat dat anders zou zijn voor hervonden herinneringen aan seksueel misbruik.

Hervonden herinneringen aan seksueel misbruik gaan samen met het besef dan men voorheen langere tijd niet van het misbruik heeft geweten. Wat ter discussie moet staan is de verklaring die iemand aan dat eerdere niet-weten en weer hervinden toeschrijft. Er zijn meerdere verklaringen denkbaar. De verklaring die recentelijk centraal stond – verdringen – is echter de minst aannemelijke. Onder verdringing wordt verstaan dat complete herinneringen aan traumatische situaties uit zelfbescherming naar het onderbewuste zijn verbannen. Deze herinneringen zouden in vermomde vorm toch waarneembaar zijn. In therapie zouden deze symptomen en gedragingen moeten worden geduid om de herinneringen bewust te maken en te kunnen verwerken.

Meer dan een eeuw onderzoek naar het geheugen geeft geen enkele aanwijzing dat het inderdaad zo werkt. Met alles wat we over het geheugen weten is het onwaarschijnlijk dat trauma’s buiten het bewustzijn om, op een niet-talig, lichamelijk niveau worden opgeslagen. Het is per definitie onmogelijk om aan te tonen dat iets niet bestaat. Het perspectief dat de optimale behandeling de toepassing is van de optimale theorie vereist dat we uitgaan van geheugenprincipes die gezien de stand van de wetenschap het meest plausibel zijn.
Uitgaan van verdringing is bovendien riskant omdat dat aanleiding kan geven tot het lezen van niet-eenduidige signalen bij mensen die ontkennen misbruikt te zijn. Misschien walgt iemand van oesters omdat die associaties oproepen met het oraal misbruik dat diegene als kind meemaakte. Omgekeerd wijst een afkeer van oesters niet noodzakelijkerwijs op oraal misbruik. Het interpreteren van niet-specifieke signalen als bewijs voor misbruik waar iemand niets van weet, is een omgekeerde redenering. Een koe heeft vier poten, maar een dier met vier poten is nog geen koe. Hoe meer van zulke omgekeerde redeneringen, hoe overtuigender een misbruik scenario wordt. Toch maken heel veel verschillende omgekeerde redeneringen een scenario nog niet waar.

Het creëren van een vermeend misbruikverleden is een waarschijnlijker alternatieve verklaring voor hervonden herinneringen dan verdringing. Maar dat sluit andere verklaringen niet uit. Zo kan iemand gebeurtenissen in de kindertijd met de kennis van een volwassene herinterpreteren als seksueel en grensoverschrijdend. Zo’n ontdekking geeft de herinnering een totaal andere betekenis en kan zeker gepaard gaan met (heftige) emotie. Het gaat dan niet om een gebeurtenis die compleet was vergeten, maar om een anders begrijpen van een herinnering die er op de achtergrond altijd al was.

En laten we vooral ook niet vergeten: de meeste mensen die misbruikt zijn hebben dat altijd al geweten. Zij moeten juist hun best doen om ondanks die (opdringende) herinneringen hun leven te leiden. Je iets niet willen herinneren is iets heel anders dan het je niet kunnen herinneren. Ter discussie stellen van verdringing betekent niet incest willen bagatelliseren. Elke vorm van seksueel misbruik is verwerpelijk. Laten we daar vooral niet over zwijgen.

Dr. Ineke Wessel en prof. dr. Peter de Jong
Eenheid Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie, Rijksuniversiteit Groningen

CategoryNB-Okt17
© 2018 NTVP - All Rights Reserved