De effectiviteit van Narratieve Exposure Therapie: Een Review, Meta-analyse en Meta-regressie Analyse

Auteurs: Jeannette C.G. Lely, Geert E. Smid, Ruud A. Jongedijk, Jeroen W. Knipscheer & Rolf J. Kleber

Originele titel: The Effectiveness of Narrative Exposure Therapy: A Review, Meta-analysis and Meta-regression Analysis

Achtergrond: Narratieve exposuretherapie (NET) is een kortdurende psychologische behandeling voor posttraumatische stressstoornis (PTSS) die is onderzocht in verscheidene contexten onder getraumatiseerde vluchtelingen en andere overlevers van trauma. Duurzame behandelresultaten zijn gerapporteerd, maar de methodologische kwaliteit van de onderzoeken noodzaakt een grondiger onderzoek.
Doel: Evalueren van de effectiviteit van NET voor overlevers van trauma middels een kwaliteitsassessment, een geüpdate meta-analyse en een meta-regressie analyse.
Methode: In navolging op een systematische literatuurselectie werd de methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studies beoordeeld; non-gecontroleerde en gecontroleerde effectgroottes (Hedges’ g) werden geschat middels een random effects model. Predictor-analyses werden uitgevoerd. Non-gecontroleerde effectgroottes voor PTSS en depressie omvatten symptoomveranderingen op post-behandeling en follow-up tijdsmomenten. Gecontroleerde effectgroottes omvatten post-behandeling vergelijkingen van NET met non-actieve en actieve vergelijkers: zowel trauma-focused (TF) en non-trauma-focused (non-TF) interventies.
Resultaten: De geselecteerde studies lieten hoge externe validiteit zien; methodologische kwaliteit was equivalent aan andere interventies ondersteunt door richtlijnen. In 16 randomized controlled trials (RCTs) waarbij 947 participanten betrokken waren werden grote non-gecontroleerde effectgroottes gevonden voor PTSS-symptomen direct na behandeling (g = 1.18, 95% betrouwbaarheidsinterval [0.87; 1.50] en op follow-up (g = 1.37, [0,96; 1.77]. Voor depressiesymptomen werden middelgrote ongecontroleerde effectgroottes gevonden, post-behandeling (g = 0.47, [0.23; 0.71]) en follow-up (g = 0.60, [0.26; 0.94]). Post-behandeling presteerde NET beter dan niet-actieve vergelijkers en non-TF actieve vergelijkers voor PTSS, maar niet de gecombineerde actieve vergelijkers. Voor depressie presteerde NET enkel beter dan niet-actieve vergelijkers. Een hogere leeftijd voorspelde betere behandelresultaten voor PTSS en depressiesymptomen; een geschiedenis van migratie voorspelde kleinere behandelresultaten voor depressie.
Conclusies: De bevindingen van deze meta-analyse suggereren dat patiënten en zorgaanbieders duurzame behandelresultaten van NET mogen verwachten. Tot nu toe zijn er geen gecontroleerde vergelijkingen met andere TF-interventies die ondersteund worden door de richtlijn beschikbaar.

Sleutelwoorden: interventie, meta-analyse, narratieve exposuretherapie, NET, posttraumatische stressstoornis, PTSS, behandeling.

APA citatie: Lely, J. C. G., Smid, G. E., Jongedijk, R. A., Knipscheer, J.,W., & Kleber, R. J. (2019). The effectiveness of narrative exposure therapy: A review, meta-analysis and meta-regression analysis. European Journal of Psychotraumatology, 10(1), 1550344. doi:10.1080/20008198.2018.1550344

Vertaald door: Steven de Jong

Geaccepteerd voor publicatie op 23 maart 2018, online gepubliceerd op 25 maart 2019.

CategoryNieuws
© 2019 NTVP - All Rights Reserved