Eisen

Voor wie is het certificaat “Psychotraumatherapeut” bedoeld?

Het certificaat is bedoeld voor ervaren behandelaren op universitair niveau, die zich naast een algemene en brede behandelervaring toegelegd hebben op de diagnostiek en behandeling van traumagerelateerde stoornissen. Vaak werken zij in gespecialiseerde instellingen of zijn zij binnen hun instelling of praktijk de specialist op dit terrein Zij voldoen aan de eisen voor registratie conform de wet BIG in de categorieën gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, orthopedagoog-generalist, psychotherapeut of psychiater. Men dient minimaal 3 jaar werkzaam te zijn met deze BIG-registratie. In het competentieprofiel zijn in hoofdlijnen de volgende eisen opgenomen:

Wat zijn de vereisten om geregistreerd te kunnen worden als “Psychotraumatherapeut”?

Van een kandidaat Psychotraumatherapeut wordt het volgende verwacht:

  1. Ingangsniveau psychotrauma: Een brede algemene kennis van psychotrauma en gerelateerde thema’s wordt als bekend voorondersteld.
  2. Diagnostiek en indicatiestelling: Er wordt verondersteld dat de kandidaat psychotraumatherapeut aantoonbare kennis heeft over diagnostiek bij psychotrauma en over de competenties beschikt om een casusconceptualisatie te maken. Een klinisch interview (zoals de CAPS of KIP) en een geschikte en gevalideerde vragenlijst (bijvoorbeeld een PTSS klachtenschaal) moet worden beheerst.
  3. Voorbereiding op en ondersteuning bij traumabehandeling: De kandidaat psychotraumatherapeut wordt verondersteld binnen de behandeling cliënten vaardigheden te laten leren om niet door emoties, beelden en cognities overspoeld of ontregeld te raken en om optimaal te profiteren van de traumabehandeling. Binnen deze technieken of vaardigheden wordt een onderscheid gemaakt tussen (a) technieken voor het versterken van de veerkracht en (b) technieken voor het verbeteren van de emotieregulatie.
  4. Behandeling: De kandidaat Psychotraumatherapeut moet ervaring hebben met tenminste twee behandelvormen waarvoor inmiddels voldoende bewijs voorhanden is. Daarbij dient tenminste één techniek tot de categorie te behoren waarvoor veel bewijs is aangetoond (te weten imaginaire exposure of EMDR), terwijl een tweede techniek kan zijn gekozen uit een categorie behandeltechnieken die ofwel op trauma gericht zijn maar waarvoor vooralsnog minder bewijsvoering bestaat, ofwel vanuit een andere methodologie zijn opgezet.
  5. Verdieping: Van de kandidaat Psychotraumatherapeut wordt aanvullende expertise verwacht, met een omvang van 80 uur. Dit kan blijken uit kennis van en expertise op het terrein van specifieke doelgroepen of thema’s, of uit overige werkzaamheden.

shutterstock_466543097-klein

Toelichting “Ingangsniveau Psychotrauma”:

Aangezien we bij de certificering spreken van een breed opgeleide, ervaren behandelaar wordt een brede algemene kennis van psychotrauma en gerelateerde thema’s als bekend voorondersteld. Zeker de thema’s die voor zijn/haar werksituatie van belang zijn, moeten bekend zijn en de betrokkene moet weten hoe in lijn daarmee te handelen. Van voor de psychotraumatologie relevante thema’s die in de werkpraktijk van de behandelaar slechts beperkt aan de orde zijn, moet hij of zij tenminste kennis hebben. Dit betreft de volgende thema’s:

– Prevalentie en oorzaken

– Reikwijdte trauma

– Historisch perspectief en hedendaagse ontwikkelingen

– Ethische en morele dillema’s.

– Culturele diversiteit

Toelichting “Diagnostiek en indicatiestelling”:

De kandidaat psychotraumatherapeut is minimaal in staat:

– Normale van verstoorde verwerkingsreacties te onderscheiden;

– Tot het stellen van een correcte differentiaaldiagnose; de diverse psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen (in de DSM 5) te classificeren, alsmede een beschrijvende diagnose te formuleren met inachtneming van mogelijke andere diagnoses welke op een of andere manier overlappen of gelijken op (aspecten van) traumagerelateerde stoornissen;

– Een klinisch interview (zoals de CAPS of KIP) en geschikte en gevalideerde vragenlijsten (bijvoorbeeld een PTSS klachtenschaal) die nodig zijn voor een betrouwbare diagnostiek van traumagerelateerde stoornissen en verwante klachten af te nemen en te interpreteren; 4. Mogelijke comorbiditeit van PTSS en andere traumagerelateerde stoornissen (zoals depressie, overige angststoornissen, dissociatieve stoornissen, verslaving, lichamelijk onverklaarde klachten, persoonlijkheidsstoornissen en de interactie met lichamelijke stoornissen) op gestructureerde wijze vast te stellen door gebruik te maken van hiervoor geschikte en gevalideerde vragenlijsten en/of klinische interviews (bijvoorbeeld een SCID);

– Te oordelen, in het geval van comorbiditeit, welke stoornis eerst behandeld dient te worden;

– Het verband te leggen tussen ingrijpende gebeurtenissen en hoe deze zich in klachten kunnen manifesteren; alsook vroegkinderlijk trauma te herkennen en in verband te brengen met huidige klachten;

– Een inschatting te maken van de gevolgen van de traumatische ervaring voor systeem, werk en omgeving;

– Een inschatting te maken van de factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan en in stand houden van de psychische klachten (bijvoorbeeld intelligentie, coping, voorgeschiedenis, eerdere traumatisering);

– Het diagnostisch proces zorgvuldig te doorlopen, en hierbij de keuze binnen de vervolgstappen te doorlopen (1. screening; 2. (hetero)anamnese; 3. (semi)gestructureerd diagnostisch interview, daarna eventueel aanvullende diagnostiek voor co-morbide problematiek);

– Om zowel in het diagnostisch proces als in de behandeling en bij zaken die daarmee samenhangen (bijvoorbeeld rapportages) op een vakkundige manier om te gaan met de invloed van cognitieve- en geheugenprocessen op de beleving van traumatische ervaringen, het gevoel van veiligheid en de klachtpresentatie (bijvoorbeeld dissociatieve klachten, kwesties rond ‘false memory’ en ‘malingering’);

– De Routine Monitoring Outcome (ROM) vragenlijsten te gebruiken voor diagnostiek bij traumagerelateerde stoornissen, op juiste te wijze te interpreteren en op juiste wijze te integreren in de behandeling.

Toelichting “Voorbereiding op en ondersteuning bij traumabehandeling”:

De kandidaat is in staat om:

– Benodigde technieken in te zetten en te leren daarvan gebruik te maken indien dit nodig is;

– Een inschatting te maken in welke mate deze technieken nodig of gewenst zijn, en kunnen motiveren waarom;

– Minimaal één techniek gericht op het versterken van de veerkracht en één techniek gericht op het verbeteren van de emotieregulatie toe te passen;

– Cliënten met chronische problematiek technieken/vaardigheden aan te leren gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven.

Toelichting “Behandeling”:

Van kandidaten wordt gevraagd dat zij ervaring met twee van onderstaande evidence-based behandelmethodieken (tenminste één uit categorie 1 en eventueel één uit categorie 2) aan kunnen tonen, dat wil zeggen dat certificaten van behaalde registraties moeten worden overlegd. Daarbij is voldoende werkuren met de betreffende methodiek van belang. Een werkgeversverklaring dan wel een supervisorverklaring over tenminste 50 bestede uren aan casuïstiek moet worden getoond.

Categorie 1:

Behandelmethodieken met betrekking tot PTSS-kernsymptomen waarvoor inmiddels voldoende effectiviteit is aangetoond zijn:

– Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie (voornamelijk Imaginaire Exposure);

– Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR) (tenminste certificaat vervolgopleiding of practitioner);

– Narrative Exposure Therapy (NET);

– Brief Eclectic Psychotherapy for Psychotrauma (BEPP).

Categorie 2:

Tot deze behandelingen worden gerekend:

– Schematherapie;

– Farmacotherapie;

– Mentalisation-based therapy;

– Gezins-, relatie- of systeemtherapie;

– Cognitieve therapie – Virtual reality therapy.

shutterstock_307929959-klein

Toelichting “Verdieping”:

Bijzondere en aanvullende expertise wordt verlangd met het oog op het profiel van de psychotraumatherapeut. Deze expertise behoeft een omvang te hebben van 80 uur.
Tot dusver hoort hier bijvoorbeeld toe:
– Kennis van en expertise op het terrein van bepaalde doelgroepen (veteranen, vluchtelingen en asielzoekers, vroegkinderlijk trauma);
– Gezinsgerichte behandelmethodieken (vanuit systeemtherapie);
– Kennis van contextuele factoren (diversiteit, man-vrouw of leeftijdsverschillen);
– Verslaving;
– Rouw;
– Dissociatie;
– Psychose.

Deze lijst van thema’s is niet volledig.  Tot slot kan verdieping blijken uit overige werkzaamheden, als:
– Publicaties;
– Geven van onderwijs, training of andere vormen van deskundigheidsbevordering;
– Bieden van supervisie.

Aspirant Psychotraumatherapeut

Aangezien we voor de certificering van psychotraumatherapeuten de lat hoog leggen kan het zijn dat behandelaars die meer weten en kunnen dan een gemiddelde behandelaar toch niet volledig aan de eisen voldoen. Daarom kan men binnen de NtVP de status van “aspirant psychotraumatherapeut” krijgen. Het doel is aspirant-leden zichtbaar te maken voor cliënten en verwijzers en hen zodoende te stimuleren om te voldoen aan het totale profiel. Deze behandelaars voldoen aan de ingangseisen voor certificering als psychotraumatherapeut maar nog niet volledig. Minimaal beschikken zij over gevorderde kennis in één evidence-based behandelwijze en een ruime achtergrondkennis. Ook moeten zij zich binnen 3 jaar kwalificeren als psychotraumatherapeut. Zij werken minimaal reeds een jaar als zelfstandig verantwoordelijk behandelaar (minimaal 16 uur, waarvan 5 uur met traumacliënten). Het kiezen voor de registratie als “aspirant psychotraumatherapeut” is een goede keuze voor therapeuten die al een flink stuk gevorderd zijn in hun werken met traumacliënten en dit zichtbaar willen maken.

De NtVP werkt samen met de volgende partijen: