Kan het gebruik van een online trauma-herstel interventie verklaard worden vanuit een model voor gezondheidsgedrag?

Originele titel: Engagement With a Trauma Recovery Internet Intervention Explained With the Health Action Process Approach (HAPA): Longitudinal Study

Auteurs: Carolyn M Yeager, Kotaro Shoji, Aleksandra Luszczynska & Charles C Benight

Achtergrond: Technologie (eHealth) is steeds vaker een middel voor behandeling in de geestelijke gezondheidszorg. Het gebruik (de zogenoemde engagement) van eHealth-interventies is echter een punt van zorg en theoretisch gebaseerd onderzoek op dit gebied is schaars. Er is weinig bekend over invloedsfactoren van gebruik, vooral bij traumagetroffenen met PTSS-klachten.

Doel: Het doel van deze studie was om het gebruik bij een eHealth-interventie gericht op herstel van trauma te onderzoeken met behulp van fasen in het theoretische model“Health Action Process Approach” (HAPA). In de motivatiefase beïnvloeden verwachtingen over uitkomsten, waargenomen behoefte, zelfeffectiviteit voorgaand aan de behandeling en traumasymptomen de vorming van intenties. Dit wordt gevolgd door planning, wat er weer voor zorgt dat de intenties vertaald worden naar het gebruik (de vrijwillige fase). We veronderstelden dat het mediërende effect van planning zou worden gemodereerd door het niveau van zelfeffectiviteit tijdens de behandeling.

Methode: Amerikaanse traumagetroffenen hebben de eHealth-interventie 2 weken lang gebruikt, waarbij op baseline demografische gegevens, sociaal-cognitieve voorspellers enangstsymptomen werden gemeten en gedurende de interventie het subjectieve en objectieve gebruik.

Resultaten: Het motivatie-fasemodel verklaarde 48% van de variantie, en uitkomstverwachtingen (bèta = .36), waargenomen behoefte (bèta = .32), baseline zelfeffectiviteit (bèta = .13) en traumasymptomen (bèta = .21) waren significante voorspellers van intentie (N = 440). Voor gebruikers met een lage zelfeffectiviteit tijdens behandeling, beïnvloedde planning het gebruik van de interventie in positieve zin (B = 0.89, 95% BI 0.143-2.60 en N = 115).

Conclusie: De resultaten geven een theoretisch kader voor het begrijpen van het gebruik van een eHealth-interventie. Waargenomen behoefte, uitkomstverwachtingen, self-efficacy en baseline distress-symptomen zijn van belang bij het vormen van intenties om de interventie te gebruiken. Voor degenen met een lage zelfeffectiviteit van de behandeling kan planning een belangrijke rol spelen bij het vertalen van die intenties naar gebruik. De resultaten van deze studie geven meer helderheid over wat eHealth-interventies werkzaam maken.

Dit artikel is geplaatst in de JMIR mental health.

CategoryNieuws
© 2018 NTVP - All Rights Reserved