artikel NRC: Nog altijd ruikt de agent die verbrande man

Het begon met hoofdpijn. Daarna kreeg hij last van vermoeidheid. Agent Maurice werd prikkelbaar, hij schold vaker. En toen hij een paar maanden geleden plotseling in tranen uitbarstte terwijl hij „de kleine” in bad deed, wist hij dat het mis was. „Ik herkende mezelf niet meer.”

Maurice (38) is in het Psychotrauma Diagnose Centrum (PDC) te Diemen, waar naast politieagenten ook brandweerpersoneel, ambulancemedewerkers en oorlogsveteranen worden onderzocht op posttraumatische stress (PTSS). Hij is hier om met een psycholoog en psychiater te praten over zijn psychische gesteldheid. Omdat hij niet wil dat „iedereen weet dat ik bij de politie werk” en „dat ik psychische klachten heb” wil Maurice niet met zijn achternaam in NRC. De behandelaars proberen te achterhalen of Maurice een trauma heeft opgelopen en of dit komt door zijn politiewerk.

Elke week kloppen tien tot twaalf agenten met symptomen die kunnen duiden op een posttraumatische stressstoornis aan bij de politiepoli van het diagnosecentrum, zegt psychiater Sophie Hengst. Zij schrijft na ieder gesprek met een agent samen met de psycholoog een rapportage waarin ze de diagnose PTSS wel of niet stelt.

Die rapportage levert de agent in bij het centrale meldpunt PTSS van de politie in Zwolle. Daar wordt beslist of de agent de ‘beroepserkenning’ PTSS krijgt. Negen op de tien agenten krijgen die erkenning, in 2017 in totaal 213 agenten, volgens de laatste cijfers.

Met de PTSS-erkenning kan de agent aanspraak maken op vergoeding van medische kosten en eventueel smartengeld. Beiden worden betaald door het meldpunt. Een casemanager staat de agent bij tijdens zijn aanvraag. „Een warme dossiermakelaar”, zegt Tessa Kingma, hoofd van het meldpunt PTSS. „Die moet niet meehuilen, maar mag ook niet te kil of zakelijk zijn.”

Het gehele artikel geschreven door Martin Kuiper en geplaatst op 23 april is te lezen op de website van NRC.

CategoryNieuws
© 2018 NTVP - All Rights Reserved