Antisociale meisjes: stoer en agressief, maar ook kwetsbaar en doodsbang – Interview met Helena Oldenhof

Door Chris Hoeboer

Helena Oldenhof is in november 2021 gepromoveerd op haar onderzoek naar meisjes die ernstig antisociaal gedrag vertonen.  Ze deed onderzoek naar onderliggende mechanismen zoals de fysiologische aspecten van emotie- en gedragsregulatie. Daarnaast onderzocht ze een nieuwe interventie voor deze meisjes die in de gesloten jeugdzorg verblijven. Helena was als psycholoog werkzaam bij gesloten jeugdzorginstelling De Koppeling en is op dit moment in opleiding tot psychotherapeut bij Levvel. Chris Hoeboer sprak met haar over haar onderzoek.

Zou je wat willen vertellen over het onderzoek dat je hebt gedaan naar antisociaal gedrag bij meisjes?

Ik ben als onderdeel van een groot Europees onderzoeksproject (FemNAT-CD) bij verschillende Nederlandse gesloten jeugdzorginstelling geweest om antisociale meisjes te onderzoeken. We weten namelijk nog heel weinig over deze doelgroep. Als meisjes deel wilden nemen kregen ze een uitgebreide testbatterij van in totaal 10-12 uur verdeeld over 5 meetmomenten. Er werd van alles in kaart gebracht en ik focuste me op psychofysiologisch onderzoek (onderzoek naar bijvoorbeeld de hartslag en huidgeleiding) bij deze meisjes. We hebben deze antisociale meisjes vervolgens vergeleken met meisjes zonder gedragsproblemen, antisociale jongens en jongens zonder gedragsproblemen, om te begrijpen wat er onderliggend is aan het gedrag van deze meisjes en aanknopingspunten te geven voor de begeleiding en behandeling.

En, wat heb je gevonden?

In mijn onderzoek vonden we bij deze meisjes een duidelijk verlaagde fysiologische stressrespons, in de vorm van een lagere hartslagreactie, in vergelijking met kinderen zonder gedragsproblemen. Dat heeft volgens mij een grote impact. Deze stressrespons is belangrijk bij het omgaan met (sociale) stressoren uit de omgeving. Denk daarbij aan straf krijgen of iets gevaarlijks zien. Omdat deze meisjes op dergelijke momenten minder stress ervaren, zullen ze er ook minder van leren. Deze bevinding leert ons meer over de omgang met deze meisjes: straffen heeft simpelweg niet zoveel zin. In plaats daarvan zouden we positief gedrag moeten belonen. Omdat het leereffect kleiner is bij deze meisjes, moeten we geduldig zijn en hen de gelegenheid bieden om meer leerervaringen op te doen. Dan kunnen ze wel degelijk leren van hun ervaringen. Tot slot is het belangrijk dat we deze meisjes een omgeving bieden die veilig is en waar weinig stress heerst. Zo’n omgeving geeft het stresssysteem de mogelijkheid om te herstellen en zodoende kan gedragsverandering optreden.

Waar komt die verlaagde stressrespons vandaan?

We vermoeden dat de stressrespons is verlaagd door langdurig en herhaald trauma in de jeugd. Veel van deze meisjes hebben verwaarlozing en traumatische gebeurtenissen in het gezin en op straat meegemaakt. Dit leidt tot een vicieuze cirkel: doordat het stresssysteem niet goed werkt, schrikt een gevaarlijke situatie op straat deze meisjes niet af en maken ze opnieuw traumatische gebeurtenissen mee die het systeem verder ontwrichten.

Wat is er anders bij antisociale meisjes dan bij antisociale jongens?

We zien eigenlijk vooral dat deze meisjes er slechter aan toe zijn dan antisociale jongens. Er is sprake van heel veel comorbiditeit zoals PTSS, angst, depressie, middelengebruik, maar ook problemen op school, thuis en met vrienden. Meisjes groeien minder over de antisociale problemen heen dan jongens en ontwikkelen ook later in het leven een heel scala aan problemen. Het is dus echt ernstiger gesteld met deze meisjes.

We noemen dit de genderparadox:  Het komt minder vaak voor bij meisjes dan bij jongens, maar als meisjes het hebben dan hebben ze er meer last van.

Zie je dan ook fysiologische verschillen tussen antisociale meisjes en jongens?

De meeste bevindingen waren gelijk voor jongens en meisjes. Toch vonden we enkele verschillen: antisociale meisjes bleken in verhouding een hogere ademhaling te hebben en een lagere hartslagvariabiliteit. Dit lijkt erop te wijzen dat antisociaal gedrag bij meisjes vaker en met meer problemen samengaat, met name met internaliserende- of emotieregulatie problemen.

Wat betekent dit voor de behandeling van deze meisjes?

Wat mij betreft moet de behandeling breed worden aangevlogen, dus niet alleen gericht zijn op het antisociale gedrag. Er moet goed gekeken worden naar de kernproblemen van elk meisje. De behandeling kan zich dan bijvoorbeeld richten op het versterken van het zelfbeeld, de emotieregulatie of het verwerken van trauma. Deze meisjes zouden allemaal baat kunnen hebben bij traumatherapie, maar bij deze groep kan je niet in je eentje een standaardprotocol afdraaien. Het is jammer dat er bij deze doelgroep snel wordt gedacht: de behandeling sluit niet aan, want het meisje blijft niet rustig op een stoel zitten. Dan moeten we denken: wat kunnen we doen om die behandeling wel aan te laten sluiten? Als je een beetje creatief nadenkt, zijn er altijd manieren. Hierbij is het nodig dat je ondersteund wordt door een team. Dit zijn zware behandelingen.

Het klinkt nu alsof er eigenlijk best veel te bereiken is bij deze meisjes. Zie je dat ook zo?

Zeker! Maar het vraagt wel wat van je als behandelaar. Een aanzienlijk deel van deze groep beschikt over goede sociale vaardigheden, maar zet die op een negatieve wijze in. Als het lukt om dit om te draaien en hen die vaardigheden goed te laten gebruiken, denk ik dat er veel winst te behalen valt. Toch blijkt dat vaak moeilijk, mede door een wisselwerking met de omgeving. Na alles wat ze hebben meegemaakt, is er veel wantrouwen. Dat kan hersteld worden, maar daar is een lange adem voor nodig en veel ‘vallen en opstaan’. Om iets te bereiken, is er een veilige en rustige omgeving nodig en dat kun je moeilijk waarborgen in grootschalige instellingen. Je kunt je vast voorstellen dat het juist tot escalaties kan leiden wanneer je antisociale meisjes met verkeerd afgestemde stresssystemen bij elkaar zet. Gelukkig zien we nu steeds meer dat de zorg kleinschaliger en in een meer huiselijke setting wordt geboden, want dat hebben deze meisjes echt nodig.

Grappig genoeg zagen we dat bijna al deze meisjes bereid waren om mee te doen aan het onderzoek, terwijl we best veel van ze vroegen met 10-12 uur aan vragenlijsten en testen. Mensen denken vaak dat dit een te lastige populatie is, maar zolang je interesse toont en hun gedrag probeert te begrijpen, kunnen deze meisjes je verbazen.

Kunnen we met behandeling die fysiologische problemen ook weer oplossen?

Jazeker! De biologie wordt vaak als iets ‘vaststaands’ gezien, maar ook de biologie is veranderlijk. Net zoals trauma en langdurige verwaarlozing de fysiologische stressrespons negatief kan beïnvloeden, kan een positieve omgeving tot herstel leiden.  Er zijn ook specifieke technieken, zoals mindfulness, die de fysiologie kunnen beïnvloeden en tot een normalisering van de ademhaling kunnen leiden.

Mis je het onderzoek naar antisociale meisjes nu je promotie is afgelopen?

Ja, ik blijf het fascinerend gedrag vinden. Ik wil dan begrijpen wat er achter zit. Bij meisjes uit antisociaal gedrag zich vaker relationeel en dat is complex. Dat vind ik boeiend. Zo was er een meisje dat een foto van haar en haar moeder voor de ogen van haar moeder doormidden scheurde. Niet het eerste waar je aan denkt bij agressie, maar ook dit is een manier van iemand anders pijn doen.

Je ziet bij deze groep meerdere kanten: het stoere onvoorspelbare meisje, maar ook het kwetsbare kind dat nare dingen heeft moeten meemaken.

Deze meisjes denken vaak negatief over zichzelf. Ik vind het een mooie uitdaging om echt contact met hen te maken. Soms kan een grapje of compliment voldoende zijn om die andere kant te leren kennen. Zolang je maar geduld hebt!

Heb je nog een laatste tip voor psychotraumatherapeuten?

Traumaverwerking is heel belangrijk in deze groep. Het hele biologische systeem is aangetast door de traumatische ervaringen en wordt steeds weer getriggerd, dus verwerking van trauma’s kan een belangrijke bijdrage leveren.

De eerste stap kan spannend zijn, zowel voor de meisjes als voor de therapeuten.

De meisjes zijn doodsbang voor de herinneringen en de emoties die ze moeten doorstaan. Therapeuten kunnen het spannend vinden dat deze meisjes boos of agressief kunnen worden in de behandelkamer. Contact maken, geduld hebben, luisteren en meebewegen helpt om de boosheid of agressie te leren herkennen en af te wenden. Zoals ik al eerder zei, vergt het dus veel creativiteit om behandeling te laten aansluiten bij deze doelgroep. Maar, zo kunnen we echt iets betekenen voor deze meisjes!

Link proefschrift: Understanding the psychophysiology of Antisocial Behavior in Girls — Vrije Universiteit Amsterdam (vu.nl)

CategoryNB-Jun22, Nieuwsbrief
© 2022 NTVP - All Rights Reserved